leerlingen
Inloggen | Registreer als lid

Uitgeverij W.v.d Oever

Lange Brugstraat 9

4871 Cl Etten-Leur

076-5015160

wvdoever@gmail.com

Laatste bijdragen

Weblogs

Wiki's


Webstekstatistiek

This page has been viewed 100592 times
Totaal aantal bijdragen: 365
Total aantal leden: 415
Totaal ingelogde leden: 0
Totaal gasten: 11
Total anonieme gebruikers: 0

Aandachtsgebieden

Ware eenzaamheid

In LIA 105 schreef ik over een bloedstollend ritueel, gevonden in het aanbevelenswaardige boek van Roberto Saviano ‘Gomorra’, een reis door het imperium van de camorra. Ik kom er nog enkele malen op terug, want hij heeft levensbeschouwelijk het een en ander te vertellen. Deze keer gaat het over zijn vader en hij schrijft:

“Het is net als iemand die besluit filosoof te worden en een ander die besluit arts te worden, wie van de twee beschikt volgens jou over het leven van mensen?”

“De arts!”

“Goed zo. De arts. Omdat iemands leven in jouw handen ligt. Jij beslist. Je kunt iemand redden of niet. Je kunt pas het goede doen als je ook het slechte kunt doen. Als je een loser bent, een pias,iemand die niets doet, dan kun je alleen maar goed doen, maar dat is vrijwilligerswerk, daar haal ik mijn neus voor op. Een goede daad is pas echt goed als je hem verkiest boven een slechte daad.”

Ik gaf geen antwoord. Ik snapte nooit wat hij me nu eigenlijk duidelijk wilde maken. En eigenlijk begrijp ik dat nu nog steeds niet. Daarom ben ik waarschijnlijk ook filosofie gaan studeren, om niet voor iemand anders te moeten beslissen. Mijn vader had in de jaren tachtig als arts op de ambulace gewerkt. Vierhonderd doden per jaar. In buurten waar soms wel 5 mensen per dag werden vermoord. Hij arriveerde met de ambulancewagen, maar als het slachtoffer op de grond lag en de politie nog niet ter plaatse was, kon hij hem niet de ambulance in tillen. Want als de moordenaars hier lucht van kregen, kwamen ze terug, achtervolgden de ambulance, blokkeerden de weg, klommen het voertuig in en maakten hun klus af. Dat was al vaak gebeurd en zowel de artsen als verplegers wisten dat ze niets met het slachtoffer moesten doen en dat ze moesten wachten tot de moordenaars terugkwamen om de operatie af te ronden.

Op een dag moest mijn vader in Giugliano zijn, een groot dorp tussen Napels en Caserta, het domein van de Mallardo clan. De jongen was achttien, misschien jonger. Ze hadden hem in zijn borst geschoten, maar de kogel was afgeketst tegen een rib. De ambulance arriveerde meteen, hij was al in de buurt. De jongen rochelde, brulde, verloor bloed. Mijn vader legde hem op de brancard. De verplegers waren doodsbang. Ze probeerden hem over te halen, het was duidelijk dat de moordenaars hadden geschoten zonder goed te richten en dat ze op de vlucht waren geslagen voor een patrouille, maar ze zouden zeker terugkomen.

De verplegers probeerden mijn vader te overreden. “We moeten wachten. Straks komen ze, maken hun klus af en dan nemen we hem mee.”

Mijn vader kon het niet. Ook de dood heeft zijn tijd en achttien jaar leek hem nog geen tijd om te sterven, zelfs niet voor een soldaat van de camorra. Hij tilde hem in de ambulance, bracht hem naar het ziekenhuis en de jongen bleef leven. Die nacht kwamen de moordenaars die hun doelwit niet naar behoren hadden geraakt naar zijn huis. Naar het huis van mijn vader. Ik was er niet, ik woonde bij mijn moeder. Maar het verhaal is me al zo vaak verteld, altijd op hetzelfde punt afgekapt dat ik het me herinner alsof ik ook thuis was en alles heb gezien. Mijn vader werd, dacht ik, tot bloedens in elkaar geslagen en hij liet zich tenminste twee maanden niet zien. De vier maanden daarna kon hij niemand recht aankijken.

De keuze maken om degene die moet sterven te redden geeft aan dat je diens lot wilt delen, want hier kun je met al je wil alleen niets veranderen. Het is geen besluit dat je kan verlossen van een probleem, het is geen bewustwording, geen gedachte, geen keuze die je werkelijk het gevoel dan geven dat je op de best mogelijke manier handelt. Wat het ook is wat je doet, het zal om de een of andere reden altijd het verkeerde zijn. Dat is ware eenzaamheid.

Bron: Roberto Saviano, Gomorra, Amsterdam, 2006, pg 199-201
[LIA 107]