leerlingen
Inloggen | Registreer als lid

Uitgeverij W.v.d Oever

Lange Brugstraat 9

4871 Cl Etten-Leur

076-5015160

wvdoever@gmail.com

Laatste bijdragen

Weblogs

Wiki's


Webstekstatistiek

This page has been viewed 117827 times
Totaal aantal bijdragen: 397
Total aantal leden: 415
Totaal ingelogde leden: 0
Totaal gasten: 14
Total anonieme gebruikers: 0

Aandachtsgebieden

Statistieken van het Gallupinstituut

• Konden in 1958 zich slechts vier procent vinden in een positieve houding tegenover interraciale huwelijken, in het bijzonder zwart-witte, het laatste onderzoek van Gallup geeft aan dat momenteel 86 procent van de Amerikanen er positief tegenover staat.
• Tien jaar na de vernietiging van de Twin Towers gelooft 46 procent van de Amerikanen dat de VS de oorlog tegen het terrorisme zal winnen, tegenover 41 procent die het daar niet mee eens is. In oktober 2001 was dat percentage 42 procent en januari 2002 zelfs 66 procent, waarna het geleidelijk is teruggekeerd naar het niveau van 2001.
• Een analyse van meer dan 130 landen tien jaar na de aanval van 11 september 2001 blijken iemands religieuze overtuiging en mate van devotie weinig te maken te hebben met iemands houding ten aanzien van het aanvallen van burgers.  Van de volwassenen die zeggen dat religie een belangrijk deel van hun dagelijkse leven is meent 99 procent van de Aziaten, 95 procent van de landen onder de Sahara, 96 procent van de Arabische landen, 50 procent van de inwoners van de Vs en Canada en 61 procent van de Europeanen, dat militaire aanvallen op burgers nooit geoorloofd zijn.
• Een op de vier Amerikanen zeggen dat hun persoonlijk leven veranderd is na de tragedie van 11 september, terwijl 58 procent meen dat de gemiddelde Amerikaan zijn leven veranderd heeft na de tragedie.
• Tevredenheid met hun levensstandaard is voor een grote groep Amerikanen boven de 65 een gezondheidssleutel voor emotioneel welzijn. Oudere Amerikanen die deze tevredenheid uiten kloppen hun mede-ouderen die het niet zijn met 200 procent. [39% tegenover 16%].  Ook de ouderen die nog werken hebben een hoger emotioneel welzijn dan de ouderen die niet werken.
• Driekwart van de Amerikanen steunen het idee om getalenteerde en intelligente studenten te stimuleren om leraar te worden. Waar het gaat om de beta-vakken is 48 procent die mening toegedaan, terwijl 47 procent vindt, dat die mensen wetenschappers moeten worden.
• Als het gaat om obesitas is Colorado de minst zware staat, me 20 procent obese mensen. De hoogste score wat zwaarlijvigheid betreft heeft West-Virginia, met 34,3 procent.  Het nationale gemiddelde ligt op 26,3 procent, dus een op de vier Amerikanen is te dik. Een onderzoek een jaar eerder wees erop dat obesitas gekoppeld kan worden aan een lager emotioneel welzijn.
• De Life Evaluation Index kent drie categorieën: voorspoedig, worstelend en lijdend. De algemene Life Evaluation Index door het percentage van de voorspoedige Amerikanen te verminderen met het percentage van de lijdende Amerikanen. De LEI stond halverwege dit jaar op 47,6 procent, met een dieptepunt van 37,3 procent in januari 2009 en is nu enkele procenten hoger dan in januari 2008, toen de crisis zichtbaar werd. Toch is de index sinds januari van dit jaar weer drie procent gezakt.
• Dezelfde index toegepast in Groot Brittannië levert op dat werkloze Britten vaker lijden dan de bevolking als geheel. Het verschil is twee keer zo hoog: 8 tegenover 4 procent.  Britten die lijden noemen hogere niveaus van boosheid, zorgen en verdriet dan de Britten, die worstelen of welvarend zijn.
• 14 Procent van de Amerikaanse ouders geven de lokale scholen een A, terwijl 37 procent de school van hun kinderen een A - keurmerk geeft. Als het gaat om de landelijke scholen geeft slechts 1 procent de scholen een A. Volgens respondenten is het grote verschil te verklaren door de kennis over de lokale scholen en de trots op hun gemeenschap. Om de school een A te laten verdienen meent 34% dat de kwaliteit van het onderwijzen verbeterd moet worden.
• Uit het onderzoek naar emotioneel welzijn valt op, dat Amerikanen met een college-opleiding of hoger emotioneel beter af zijn dan lager opgeleiden, dat mannen iets beter scoren dan vrouwen, dat spaanssprekende ouderen lager scoren en dat het al-dan-niet-getrouwd-zijn er nauwelijks toe doet.
• Mensen met een baan van minstens 15 uur per week die voor een familielid zorgen zijn werkende mantelzorgers. Zeventig procent van hen zorgt voor een ouder. Bij een op de drie mantelzorgers woont de hulpbehoevende bij hen thuis.  Twee op de drie woont 15 kilometer of minder van de hulpbehoevende. Het gemiddeld aantal dagen dat men zorgt per maand is 13. De meerderheid van de mantelzorgers doet dit al meer dan drie jaar. Mantelzorgers maken 16 procent van de voltijdswerkende Amerikanen uit. Zij scoren gemiddeld lager op de gezondheidsindex dan niet-mantelzorgers. Datzelfde geldt voor het emotionele welzijn van deze mensen. Het mantelzorger-zijn beïnvloedt hun betaalde baan op enigerlei wijze. 36 procent meldt een tot vijf werkdagen kwijt te zijn wegens mantelzorgactiviteiten, terwijl 30 procent zes of meer dagen kwijt was. Gallup becijfert dan dat deze afwezigheid van het werk de Amerikaanse economie 25,2 miljard dollar arbeidsproductiviteit per jaar kost.
• Mijn woonplaats of regio is een goede plek om te leven voor geestelijk gehandicapten. Daarop zegt 55 % van de wereldbevolking ja, 45 procent nee.  Europa scoort het hoogst met 80 procent, Azië met 46 % het laagst. In Europa zegt 52 procent van de Bulgaren ja, tegenover 91 procent van de Nederlanders. Het percentage ja’s stijgt met het stijgen van de genoten opleiding.