Uitgeverij W.v.d Oever
Lange Brugstraat 9 4871 Cl Etten-Leur 076-5015160 wvdoever@gmail.comJacqueline Steenwijk
Leeftijd, maatschappelijk belang en de zorg voor kinderen kunnen in het ergste scenario van de grieppandemie criteria zijn op grond waarvan een arts moet bepalen wie hij wel of niet gaat helpen. ,,Het is de meest tragische beslissing die een arts ooit moet maken’‘, zegt universitair docent medische ethiek Norbert Steinkamp van de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Artsen proberen altijd sterfte te voorkomen. Maar als er niet genoeg handen of bedden meer over zijn om alle patiënten te kunnen helpen, dan moeten ze een keuze maken. ,,Normaal gesproken gebeurt dat op medisch-ethische gronden. De patiënt die het hardst behandeling nodig heeft, wordt het eerst geholpen. Maar in oorlogssituaties of bij rampen, kan een arts ook beslissen juist die patiënt te helpen die de meeste overlevingskansen heeft.’‘
Wanneer de kansen bij alle patiënten gelijk zijn, kunnen ook maatschappelijke overwegingen een rol gaan spelen. Maar wie krijgt dan op grond waarvan voorrang? Voor dit laatste scenario stelt minister Ab Klink van Volksgezondheid nu criteria op. Want de kans bestaat dat het aantal ernstig zieke patiënten dat tijdens de pandemie gebruik moet maken van de intensive care (ic), het aantal beschikbare ic-bedden overstijgt.
Een uiterst moeilijke situatie voor een arts, want dat betekent dat hij een patiënt in nood niet meer helpt. Een keuze die volgens Steinkamp ethisch ook problematisch ligt. ,,Op grond waarvan stelt de minister straks de criteria vast? Heeft een alleenstaande alcoholist minder rechten dan een vader van drie kinderen? Of een leraar minder rechten dan een minister?’‘
Openbaarheid
Dat de minister voorrangscriteria gaat opstellen, is volgens Steinkamp wel goed. Het schept duidelijkheid. Maar het is volgens hem ethisch alleen verdedigbaar als dit in de openbaarheid gebeurt. ,,Iedere burger moet kunnen meepraten over de criteria op grond waarvan iemand straks voorrang krijgt of niet. Mensen moeten begrijpen waarom hun geliefde mogelijk niet wordt geholpen en een ander wel.’‘
Ook mag het volgens hem niet zo zijn dat mensen puur op grond van maatschappelijke positie of status worden voorgetrokken. ,,Dat is ethisch onacceptabel. Ieder mens is gelijkwaardig. Men noemt deze mensen dan onmisbaar. Maar in deze moderne maatschappij geldt dat voor niemand meer. Er is altijd iemand die het werk kan overnemen.’‘
ND 23-7-09