leerlingen
Inloggen | Registreer als lid

Uitgeverij W.v.d Oever

Lange Brugstraat 9

4871 Cl Etten-Leur

076-5015160

wvdoever@gmail.com

Laatste bijdragen

Weblogs

Wiki's


Webstekstatistiek

This page has been viewed 100991 times
Totaal aantal bijdragen: 365
Total aantal leden: 415
Totaal ingelogde leden: 0
Totaal gasten: 15
Total anonieme gebruikers: 0

Aandachtsgebieden

Onderwijsdier in hart en nieren

De persoon van de docent doet er in hoge mate toe!

“Misschien is de reden waarom onder ons heiligheid zo schaars is, ons talent zo mager, ons inzicht in de waarheid zo flets, ons geloof zo onwerkelijk, onze algemene begrippen zo gemaakt en oppervlakkig, herin gelegen dat we elkaar ons hartsgeheim niet durven toevertrouwen.

We hebben ieder hetzelfde geheim en houden het voor onszelf; en we zijn bang vervreemd te raken door datgene wat ons in de werkelijkheid tot een eenheid zou kunnen verbinden.

We verzuimen de kwetsuren van ons wezen grondig te onderzoeken; we funderen ons godsdienstig belijden niet op de bodem van ons innerlijk, we poetsen de buitenkant schoon, we zijn vriendelijk en aardig voor elkaar in woord en daad, maar onze liefde groeit niet, ons hart sluit zich af en we zijn bang echt contact te laten ontkiemen. Dientengevolge is onze godsdienst, als sociaal systeem, leeg”  (John Henri Newman op pagina 17-18)

Deze constatering heeft volgens Banning ook op andere sociale systemen dan alleen godsdienst betrekking. Hij ziet het ook in het onderwijs en dat is de reden, waarom hij in ‘Onderwijsdier in hart en nieren’ zijn autobiografische verhaal als vertrekpunt neemt om over onderwijs en pedagogie na te denken.

“Het is niet gebruikelijk om – wat men noemt – te koop te lopen met je vaardigheden en innerlijke ervaringen. Toch vind ik deze kenschetsing onterecht. Je hoeft je licht immers niet onder de korenmaat verborgen te houden. In die zin is dit levensverhaal een pleidooi om meer voor de dag te komen met de eigen ervaringen, positief en negatief. Leg de schroom af om voor je staan in het onderwijs uit te komen. Durf te reflecteren op je eigen ontwikkeling.” (19)


Autobiografie

Hoofdstuk 2 is een autobiografisch verhaal, waarin Bill laat zien dat de biografische gegevens in de onderwijsprofessionaliteit doorwerken.  Boerenzoon, boerenjongensmystiek,  katholicisme, bidden, priester willen worden, Rolduc, Stille dagen, zingen, ongeluk, mee leren leven,  bio-energetica, ervaren van verlossing, aanvaarding in therapieweekenden, instinctieve ervaringen, dromen, de vlinder van Sanne, toeval en intuïtie, gevangen zijn in beeldvorming.

Uitgaande van de opvatting van Luc Stevens, dat de persoon van de docent er in hoogste mate toe doet, werkt hij die ervaringen in zijn derde hoofdstuk uit naar het onderwijs uit: “blik ik terug op mijn ervaringen en leg in de link naar de ontwikkeling van het pedagogisch vermogen.”


Autobiografie en pedagische ontwikkeling

In negen paragrafen komen in hoofdstuk 3 de eerder genoemde menselijke ervaringen terug in het onderwijs. Ik geef hierna de titel van de paragraaf weer en voeg daar een voor mij kenmerkend citaat aan toe:

Interconnectedness: ervaringen van verbondenheid die mensen doorheen alles kunnen ervaren

“Ze [de leerlingen] kunnen soms tegenvallen (al zegt dat vaak meer over jezelf als docent dan over de leerling), maar dat mag nooit betekenen dat je hen laat vallen.”

Stille Dagen: Ík weet nu dat ik meer ben dan wat ik presteer, dat ik ten diepste zelfs niet hoef te presteren om aanvaard te worden. Daarom kan ik ook anderen bevestigend tegemoet treden.”

Negatief gedrag is vaak een roep om bevestiging: “Leraren en leerlingen ontmoeten elkaar eerst als personen; ze beoordelen elkaar op basis van persoonlijke waarden. Onderwijs heeft aldus allereerst een intermenselijke betekenis en pas daarna een onderwijskundige, een professionele, pas daarna zien leraren en leerlingen elkaar in hun functies en rollen. De toon wordt gezet door de persoonlijke ontmoeting.”

Zangervaringen en resoneren: “Waar didactisch-vakinhoudelijk werken wordt losgekoppeld van het pedagogische aspect, dan verschraalt het lesklimaat en is er sprake van een ernstige deformatie.”

Bio-Energetica en het non-verbale in het onderwijs: “De genezing waar ik op een gegeven moment niet meer op durfde hopen, kwam toch tot stand. Dat maakt niet alleen dankbaar, maar geeft ook een diep vertrouwen dat er vaak meer mogelijk is dan je soms verwacht. Mensen hebben vaak meer in huis dan zij (wij) vaak denken.”

Instinctieve ervaringen: passie en gloed: “Leerlingen houden niet van softies die ik zou willen omschrijven als goed bedoelende mensen die de diepere instinctieve krachten niet geïntegreerd, maar eerder onderontwikkeld gelaten of zelfs verdrongen hebben.”

Wat betekenen dromen in dit verband ‘Ïk geloof echter ook dat iedere mens, iedere leerling ten diepste verlangt naar iets anders,naar iets wat werkelijk waardevol en menselijk is. Ook al uit dit verlangen zich soms op een volstrekt gedeformeerde wijze.”

Toeval: openstaan in het onderwijs: “Het lijkt me een goede zaak als docenten hun eigen ‘Fingerspritzengefuhl’ ontwikkelen om zo meer open te staan voor wat er ‘toevallig’ op hun weg komt.”

Beeldvorming, gij zult geen beelden maken: “Zo gauw we een beeld maken van een ander en dat specifieke beeld tot ijkpunt maken van onze communicatie, is er geen sprake meer van echte communicatie. ....Als zich in zijn hoofd [dat van de docent, wjm] bepaalde negatieve of sterk beperkende opvattingen over de klas of over een leerling hebben vastgezet, dan zal dat ipso facto effect hebben op de klas of de leerling.”

In hoofdstuk 4 vat hij zijn beschouwingen nog eens samen en maakt op overtuigende wijze duidelijk, dat ‘pedagogische groei mogelijk’, dat je het niet al in je hoeft te hebben om zo als onderwijsmens bezig te zijn,  dat je je pedagogische professionaliteit kunt ontwikkelen. Een ontwikkeling die dringend nodig is,  omdat een school waar alleen formele en didactische eisen gesteld worden geen echte school is, niet voor leerlingen, maar uiteindelijk ook niet voor docenten.



Conclusie

Ik heb zelf geprobeerd na te denken over die ervaringen die mij beïnvloed hebben. Ik vond minder karakteristieke ervaringen dan de vele, vaak ingrijpende, waar Bill over schrijft. Het waren wel ervaringen, die bij nader inzien mijn habitus als docent mede vorm gegeven hebben, al heb ik daar nooit zo bij stilgestaan.

Tot slot: aan de ene kant doet het me deugd dat een collega zo enthousiast schrijft over ook negatieve levenservaringen, die positief uitwerken op zijn pedagogische praktijk in de klas, aan de andere kant krijg ik nu en dan het gevoel, dat het allemaal wel erg mooi klinkt. Waar zijn de stenen,  kiezels of rotsblokken, waar ik me aan stoot en die gewoon pijn doen, waar ik niets mee kan en die ik als realiteit te dragen heb? Er is ook de donkere kant in mijzelf, in mijn school en in mijn leerlingen, die niet weg te poetsen is, maar onder ogen te zien.

Is het mijn leeftijd, mijn terugkeer naar een minder optimistisch mensbeeld of een lichte jaloezie op alle mooie scènes die me deze reactie ontlokken?

Ik blijf er wel bij: als het boek van Banning docenten ertoe aanzet hun eigen ‘hele hebben en houden, huid en haar, ziel en zaligheid’  in kaart te brengen en na te denken over de vraag hoe dat hen beïnvloedt en misschien zelfs maakt tot de onderwijsmens, die ze zijn, boeken we veel vooruitgang.

Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen

Bill W.J.M. Banning

ISBN 9789055738311

€ 14,90