Uitgeverij W.v.d Oever
Lange Brugstraat 9 4871 Cl Etten-Leur 076-5015160 wvdoever@gmail.com“Er zijn nogal wat leerlingen in mijn klas die levensbeschouwing een nutteloos vak vinden. Waarom zou je nou na moeten denken op school over zaken als de dood, het kwaad, geld, en suïcide? Ik denk persoonlijk juist dat dit zaken zijn die belangrijk zijn om over te hebben nagedacht voor je in de maatschappij terecht komt. Zaken als wiskunde, economie en Nederlands zorgen ervoor dat je een baan kunt krijgen in de toekomst, maar het vak levensbeschouwing buigt zich over vraagstukken waar je niet altijd bij stilstaat in je dagelijks leven. Juist door over dit soort zaken zou je kunnen struikelen als je er later mee te maken krijgt.” schrijft een leerling in zijn portfolioreflectie.
Een bewuste keuze
De afgelopen jaren hebben we in de tweede fase steeds uitgebreid aandacht besteed aan het thema dood. Redenen zijn voor ons als sectie:
- We kiezen in de tweede fase voornamelijk voor existentiele themata, die met de fundamenten van het leven te maken hebben. Dood is daar ongetwijfeld een van. - We zagen op verschillende manieren dat dood een taboe is gebleven. Niemand begint er zomaar ineens over, er moet steeds een externe aanleiding voor zijn. Taboes zijn er om bespreekbaar gemaakt te worden, dus besteden we er aandacht aan.
- Een belangrijk aspect van dood is het ritueel. Meer dan bij andere rituelen luistert het nauw hoe je afscheid neemt. Je kunt in feite maar een keer afscheidnemen, dus moet het ook goed gebeuren.
- Onze ervaring is dat met name de lessen over dood anders gaan dan andere lessen. Leerlingen zijn meer bereid om naar elkaar te luisteren en op bepaalde momenten haal je indrukwekkende toppen van onderlinge communicatie, iets wat we bij andere onderwerpen veel minder vinden. Omdat we levensbeschouwelijke communicatie hoog in het vaandel hebben staan.
Weerstanden
Veel leerlingen staan aanvankelijk erg sceptisch tegenover het thema en de lessen erin. Er zijn ook altijd helaas leerlingen die recentelijk ervaringen met dood hebben gehad of er zelfs midden in staan. We geven aan het begin van de lessenserie heel duidelijk aan dat we deze leerlingen de ruimte bieden om een alternatief thema in de mediatheek aan te pakken. Tegelijk vertellen we hen ook dat leerlingen die bereid zijn in de klas over hun ervaringen te vertellen een heel waardevolle bijdrage aan het gesprek en aan het leerproces kunnen leveren. Staan blijft, dat voor leerlingen ervaringen van leeftijdsgenoten meer impact hebben dan de ervaringen die -in dit geval - een docent van bovenmiddelbare leeftijd hen te vertellen heeft.
Soms komt het voor dat een leerling het gevoel heeft er gewoon bij te kunnen blijven terwijl hij of zij een heel recente ervaring met dood gehad heeft. Maar de tweede of derde les wordt het hem of haar toch te veel en dan verlaat de leerling huilend de klas. Een leerling die met haar meegaat, laat meteen zien hoe goed het is als iemand een eindje troostend met je meeloopt.
In sommige gevallen kiezen leerling ervoor het lesmateriaal over dood zelfstandig buiten de klas door te werken en schrijven ze ook de opdrachten aan het eind van de rit. Anderen vragen uitdrukkelijk om een andere opdrachtom het onderwerp dood ver van zich te houden.
Inhoud lessen
De afgelopen twintig jaar hebben we een kentering gezien in het omgaan met dood en afscheidnemen. In 1997 kon ik als citaat in ons lesmateriaal opnemen: “In de Amsterdamse crematoria duurt een uitvaart gemiddeld 17 minuten.” In een gesprek met de begrafenisondernemer bij het overlijden van mijn moeder vertelde ze dat de afgelopen jaren de officiële duur van een afscheid in het crematorium van een half uur naar drie kwartier was verruimd. Mensen blijken toch meer tijd nodig te hebben dan de industrie wenselijk achtte.
Toch gaan we er in het lesmateriaal van uit, dat er dominant perspectief in onze samenleving bestaat, die nog steeds ongemakkelijk met dood omgaat, moeite heeft er open over te praten en het toch nog met een zeker taboe omgeeft. Met het enigszins gechargeerde dominante perspectief beginnen we de lessen om vervolgens te vragen of de leerlingen zelf ervaringen hebben dat dit perspectief aan het kantelen is. Het laten zien van het dominante perspectief kan de leerlingen later helpen om de alternatieven beter te wegen en te waarderen, positief of negatief.
Vragenlijst
Een tweede element is de vragenlijst naar ervaringen met en ideeën over dood en afscheidnemen. Het is verbazingwekkend hoeveel reacties en gesprekken deze lijst oplevert. Uitgangspunt is heel simpel: ik stel de vragen en vraag om handopsteken bij de diverse mogelijke antwoorden. De leerlingen noteren de aantallen om een idee te hebben van hoe de verhoudingen in een klas liggen. Het zal duidelijk zijn dat een klas waar bijna niemand ervaringen met de dood heeft anders kan reageren dan een klas waar meer dan de helft aangeeft een sterfgeval te hebben meegemaakt.
Leerlingen worden uitgenodigd om hun antwoord toe te lichten, hun ervaringen te vertellen, maar we doen dat zonder mensen aan te wijzen. Als bij een bepaalde vraag niemand bereid is om een verhaal te vertellen, gaan we zonder meer door naar de volgende vraag. In de praktijk blijken er altijd leerlingen te zijn die hun verhaal willen vertellen, waardoor er een kaleidoscoop aan ervaringen naar voren komen. Het zijn vaak deze verhalen die in de afrondende opdrachten teruggehaald worden, omdat ze indruk maakten. Zelfs een behoorlijk drukke klas zal bij de bespreking van deze vragenlijst zich correct en vaak ingetogen gedragen.
De rest van ons lesmateriaal hebben we onderverdeeld in drie groepen:
a. de relatie tussen leven en dood
b. omgaan met sterven(den)
c. waardig afscheidnemen.
Denken over alternatieven
Bij deze drie groepen hebben we lees- en kijkmateriaal verzameld om de leerlingen kennis te laten nemen met verschillende visies op het subthema. Bij het thema over de relatie tussen leven en dood gebruiken we een artikel over de ontkenning van de dood van Ernst Becker, een youtubefilmpje met het lied “Niemand weet hoe laat het is” van Yoep van ‘t Hek, een tweede youtubefilmpje waarin de ‘ballade van de dood’ van Harrie Jekkers gevisualiseerd wordt en eindigen we met een documentaire over bijnadoodervaringen van de BBC “De dat dat ik stierf.”
De verschillende visies op de relatie tussen leven en dood kunnen vervolgens bevraagd worden door de leerlingen.
Op dezelfde manier gaan we aan het werk met de andere thema’s. Opvallend is dat we de laatste jaren steeds meer visueel materiaal gebruiken en minder de teksten uit het boek. De BNN-serie ‘Over mijn lijk”, de EO-series “Mijn laatste woorden” en “De Kist” onder andere leveren zeer bruikbare inkijkjes in de manier waarop mensen met hun eigen dood omgaan en hoe ze het ritueel vorm willen geven.
Bij het afscheidnemen benadrukken we ten eerste het waardig afscheidnemen en ten tweede het feit dat je het maar een keer kunt doen, dus moet er goed over nagedacht worden.
Als confrontatiemateriaal gebruiken we onder meer een aflevering van de serie ‘All Stars’, waarin van keeper Willem in het crematorium afscheid word genomen. Allerlei elementen uit de voetbalwereld worden in de dienst ingezet: de jongens komen met de kist binnen in hun voetbalshirts en op voetbalschoenen, er ligt een bal op de kist en een van de afscheidsteksten is een stukje verslag van een enerverende voetbalwedstrijd. Als de clubvoorzitter die beloofd had een woordje van afscheid te spreken niet komt opdagen, probeert ieder van de jongens op zijn eigen onbeholpen manier uit zijn woorden te komen, wat hilarische ontroerende momenten oplevert.
Gezien het uitgesproken karakter van de keuzes in deze afscheidsdienst komt een gesprek over wat kan en niet kan, mag en niet mag bij een waardig afscheid moeiteloos op gang.
Belangrijk onderdeel van een afscheidsdienst is een afscheidsrede. Daar besteden we een les aan. Omdat in het verleden leerlingen allemaal een afscheidsrede gemaakt hebben, kunnen we kiezen uit hele goede en bagger. We hebben een setje afscheidsredes gebundeld: afscheid van mijn vriendin, afscheid van het Newmancollege, afscheid van mijn zus, afscheid van het Newmancollege 2 en een afscheid van mijn oude televisie. Iedere leerling krijgt een tekst voor te bereiden en een van de leerlingen leest dan de tekst voor. De vraag die we stellen is: wat vind je van deze afscheidsrede? Wat maakt hem goed of slecht? Wat mis je erin?
Op deze manier formuleren leerlingen al pratend over de teksten een eigen visie op wat zij zelf onder een goede afscheidsrede verstaan. En die kennis kunnen ze later gebruiken bij de afrondende opdrachten.
Extra
Hoe langer we deze lessen over dood geven, des te meer gaan we beseffen dat we het eigenlijk meer over het leven hebben. Angst voor de dood is evolutionair gezien nodig om in leven te blijven; mensen met een bijnadoodervaring gaan het leven ineens heel anders zien. Na een goed afscheid is het gemakkelijk het leven weer op te vatten, etc. We waren vorig jaar dan ook erg blij met de film ‘The Bucket List’, waarin een automonteur die opgegeven is samen met een multimiljonair zijn lijst met tien dingen, die hij nog wil doen voor hij doodgaat ten uitvoer brengt. Door ongeveer de eerste helft weg te laten en ons te concentreren op de keuzes in de bucket list kunnen in een les van 70 minuten laten zien wat de verschillende keuzes voor invloed op het leven van de twee mannen en hun omgeving hebben. Hoezeer lessen over de dood eigenlijk over het leven gaan wordt in deze film kristalhelder.
Duur
Op onze school hebben we lessen van 70 minuten. De klassen hebben een uur per week. Wat de ideale lengte van een lessenserie over de dood is, daar zijn we nog niet uit. Wanneer we ruimschoots aandacht besteden aan dvd-materiaal en filmfragmenten, loopt een dergelijke lessenreeks snel naar een les of tien. In havo 5 betekent dat de helft van het programma, omdat we die klassen maar een half jaar hebben. In V5 komt het dan neer op een kwart van de lessen in het jaar. In evaluaties door leerlingen komt regelmatig de opmerking naar voren dat we wel veel tijd aan de dood hebben besteed. Van de andere kant heb ik zelf het idee dat we het over het leven hebben en probeer ik dat te benadrukken, wat een aantal leerlingen naar mijn kant van het verhaal doet overhellen. Om de discussie helder te krijgen wil ik dit jaar in mijn V5-klassen een lijstje met lessen + inhouden+ Av-materiaal laten rondgaan met de vraag wat eruit kan en wat in hun ogen noodzakelijk of wenselijk is om een goede lessenserie over dood en afscheidnemen te maken. Als uit hun opmerkingen naar voren komt, dat ik aan bepaalde zaken wel te veel tijd heb besteed, kunnen we daar een volgend jaar iets mee. Hoe lang de sectie een lessenserie laat duren, heeft uiteraard ook te maken met het belang dat de sectie aan een dergelijk thema hecht, los van wat de leerlingen denken en zeggen.
Afrondende opdrachten
Na afloop van de lessenserie verwachten we van de leerlingen, dat ze zelf twee levensbeschouwelijke vragen stellen, die ze beantwoorden gebruikmakend van het materiaal dat in de klas gepresenteerd is en de gesprekken erover. Om die laatste voor het nageslacht te bewaren, schrijft elke les een leerling een lesverslag waarin de belangrijkste zaken die in de klas aan de orde kwam worden genoteerd. De lesverslagen komen per thema op een wikipagina, waar ook leerlingen van andere klassen kunnen profiteren van wat hun collegae over dit onderwerp gezegd hebben.
Tweede onderdeel van de opdracht is het schrijven van een afscheidsrede, een orde van dienst maken en het uitwerken van een eigen bucket list met toelichting. Dit onderdeel is best pittig en ook hier geven we duidelijk aan, dat een afscheidsrede een stijlmiddel is, wat je kunt gebruiken voor het afscheid van een dode, maar ook van de school, van je kamer, van je huis vlak voor een verhuizing of zoals het voorbeeld eerder genoemd, van een oude televisie.
In de woorden van onze leerlingen
“Ik heb tijdens dit vak veel nagedacht over belangrijke onderwerpen. Onderwerpen die misschien taboe zijn en waar weinig over gesproken word. Ik vind het toch goed dat we het hierover gehad hebben. Het heeft geen nut dingen te verzwijgen die er wel zijn. Hierdoor verdwijnen ze niet of worden ze er niet minder op. Je kunt ze dan beter bespreekbaar maken en erover na laten denken. Hier heeft het vak levensbeschouwing voor gezorgd. Over de dood word bijvoorbeeld weinig gesproken. Toch is dit iets wat iedereen ooit in zijn leven zal meemaken en uiteindelijk gaan we ooit zelf een keer dood. “
“Toen mijn opa overleed, waren we ook bezig met het thema dood op school. Ik was daar eigenlijk wel blij mee. Het hielp met toch wel enigszins. Bepaalde opvattingen en ideeën die in de klas naar voren kwamen kon ik gebruiken in mijn verwerkingsproces. Dood was denk ik wel het moeilijkste onderwerp van alle levensbeschouwingopdrachten. Maar ik heb er denk ik wel het meeste van geleerd. Je moest over bepaalde dingen goed nadenken, waardoor je je bepaalde dingen beter bent gaan beseffen. Ik had bijvoorbeeld altijd wel een idee over het leven na de dood. Maar door die opdracht te maken heb ik me er meer in verdiept en alles beter op een rijtje kunnen zetten. “
De in het artikel genoemde vragenlijst is te vinden via http://www.uitgeverijwvdoever.nl/lessenoverzicht/tdg5v-12.pdf