Uitgeverij W.v.d Oever
Lange Brugstraat 9 4871 Cl Etten-Leur 076-5015160 wvdoever@gmail.comWij wisselen uit met een school in Italia. In april zijn de leerlingen van die school naar Nederland gekomen en hebben gelogeerd bij Nederlandse gastouders. In april nemen de leerlingen als derdeklasser deel aan de uitwisseling; in oktober gaan ze als 4V-er richting Italia. In het nieuwe jaar zijn er enkele leerlingen blijven zitten, zijn er meerderen naar havo 4 gegaan en hebben we van andere scholen en plaatsen instromers gekregen die nieuw zijn.
Als de balans is opgemaakt, hebben we 36 plaatsen in Italia, en 40 leerlingen in Breda. Enkele leerlingen trekken zich terug, vanuit zichzelf of omdat de ouders er op staan, een zittenblijver levert een lege plaats op, doubleurs in V4 die al in een eerder jaar hebben uitgewisseld worden uitgesloten en dan hebben we nog 2 plaatsen te vergeven aan vier leerlingen die graag meegaan.
Cruciale vraag is, hoe we tot een besluit komen om twee leerlingen wel mee te nemen en twee helaas thuis te laten. Mijn afdelingsleider is duidelijk en consequent: “We laten de leerlingen loten om de plaats, dan is alles eerlijk en transparant gegaan. Dan hoeven we ook niets aan iemand uit te leggen.”
Een andere benadering is te kijken naar de concrete leerlingen die we voor ons hebben. Mag je een leerling die vanwege de thuissituatie waarschijnlijk de komende jaren geen buitenland zal zien laat staan zo’n buitenkans zal krijgen voorrang geven op een leerling die in goede doen is en waarschijnlijk ook zonder uitwisseling wel eens in ItaliĆ« zal komen? Een leerling die behoorlijk beschermd door ouders door het leven gaat, zou de kans krijgen om onder die vleugels uit te komen en te proeven aan een vrijheid die tevoren ongekend was. Mag je die leerling kiezen?
De afdelingsleider vermoedt - niet ten onrechte - dat het tweede model meer hoofdbrekens en mogelijke reacties van ouders kan uitlokken. Die reacties moeten dan weer beantwoord worden. En hoe vermijd je dat het niet een subjectieve mallemolen wordt? De methode van de afdelingsleider heeft gewonnen en niet iedereen is meegegaan met de uitwisseling.
Mijn voorkeur gaat toch nog steeds uit naar het tweede model, waarin je de mens als totaalplaatje meeneemt en probeert recht te doen aan de leerlingen die voor je zitten. Een criterium als ’ we geven de underdog de meeste kansen’ is mijns inziens zeker te rechtvaardigen, als je als school zegt de leerling alle mogelijke kansen te bieden. Juist bij een uitwisseling kan een leerling met een penibele thuissituatie veel baat hebben van een week op zichzelf staan, meer dan het toch al bevoorrechte zondagskind, dat van een week reizen meer of minder niet wakker zal liggen.
Als docenten weet je meer van de leerlingen dan de anderen. Als je kiest voor iemand die de underdog is, kun je dat meestal niet uitleggen aan anderen, want dan schendt je de privacy van de desbetreffende leerling. Je zult tegen critici moeten zeggen dat je dwingende redenen hebt om zo te beslissen en niet anders, maar dat je de precieze achtergrond ervan niet kunt vertellen. Men zal je op je integriteit moeten vertrouwen. Iets anders is er niet.