leerlingen
Inloggen | Registreer als lid

Uitgeverij W.v.d Oever

Lange Brugstraat 9

4871 Cl Etten-Leur

076-5015160

wvdoever@gmail.com

Laatste bijdragen

Weblogs

Wiki's


Webstekstatistiek

This page has been viewed 46502 times
Totaal aantal bijdragen: 246
Total aantal leden: 352
Totaal ingelogde leden: 0
Totaal gasten: 6
Total anonieme gebruikers: 0

Aandachtsgebieden

Het postmodernisme van Maarten van Roozendaal

Elders op deze webstek heb ik het lied ‘Red mij niet’ van Maarten van Roozendaal aangemerkt als een uitstekend voorbeeld van een postmoderne mens: iemand die wars is van de grote verhalen die op hem afkomen en er zeker niet door gered wil worden.

In Trouw van 1 februari 2010 komt Maarten van Roozendaal zelf aan het woord over een door hem geliefde zin, waar hij iets mee heeft.  Hier laat hij ook zien, dat een kort simpel gedicht behoorlijk van invloed kan zijn op iemands denken en handelen. Hieronder de tekst van het artikel in Trouw.

’Het ergste dat me kan overkomen is dat ik word uitgelachen, bedenk ik als ik gespannen in mijn kleedkamer zit. Waarom zou ik me, net voordat ik het podium van een theater op loop, zo druk maken? Een zaal die zich bescheurt om mijn afgang is het ergste dat me kan overkomen. Is dat nou zo’n ramp?
Ik moet van mijn krampachtigheid af, realiseer ik me dan. Me ontspannen en niet meer steeds naar die mondaine trots streven. Niet dat ik op zulke momenten een religieuze oefening doe. Noem me een randgelovige. Ik pik van wijze leermeesters af en toe eens iets mee, maar kan me nooit helemaal op één religie of gedachtegoed storten.
En toch, ondanks mijn constante cynisme, kom ik al jarenlang steeds terug bij een taalspelletje van Jan Foudraine, een Nederlandse psychiater.
Die schrijft in één van zijn mystieke werken:
„Ik dacht: ik moest mijn vuisten ballen.
Iemand zei: open je hand.
Ik was bang om door de mand te vallen.
Iemand zei: er is geen mand.”

In de jaren tachtig, toen Freek de Jonge het gedicht van Foudraine in zijn show voordroeg, gingen taalspelletjes als deze in tegen de heersende mentaliteit. Juist in de jaren tachtig moést je van alles. Tegen kruisraketten zijn bijvoorbeeld, of boos zijn op de regering. Ja, bóós zijn – dat hele decennium stond bol van de boosheid.
Foudraine en De Jonge gingen die krampachtigheid met oosterse filosofie te lijf. In plaats van met je vuist te zwaaien naar misstanden kon je je maar beter ontspannen, onderwezen ze. Bij confrontaties en meningsverschillen deed je er verstandiger aan om lichtjes mee te buigen. Niet om toe te geven, maar juist om zo samen aan een oplossing te kunnen werken.
Die gelatenheid heb ik altijd fascinerend gevonden. In plaats van bang te zijn voor confrontaties, probeer ik observerend aan de zijlijn te staan. Wordt iemand boos, dan laat ik zijn woede over me heenkomen, in de hoop dat we het later alsnog eens kunnen worden.
Belangrijker is dat Foudraine’s rijmpje door mijn leven heen een troost voor me geweest is.
Een baan krijgen, werd me tijdens de jaren tachtig constant verteld, kon ik als jongere wel vergeten. Prima, dacht ik, en voor ik het wist was ik jarenlang aan het niksen. Ik verliet op mijn zeventiende de middelbare school, begon te drinken, ging met andere vrijbuiters in een kraakpand wonen en trad zo nu en dan eens ergens op.
Na tien jaar begon dat bestaan natuurlijk te wringen. Ik leefde maar wat aan, gespeend van een doel of iets om trots op te kunnen zijn. Ik werd angstig en ziek van de doelloosheid die me in de greep hield.
Wilde ik écht iets met mijn leven doen, dan moest ik mijn muzikale carrière serieus gaan nemen. Maar wat als ik na alle moeite zou falen als zanger?
Dan is er niets aan de hand, leerde ik van Foudraine’s strofe. Mislukken kon niet, want ik had niets om te verliezen. Hij gaf me het vertrouwen om te doen wat ik eigenlijk al bleek te kunnen. Toen ik eenmaal de moed had verzameld om voltijds artiest te worden, ging de rest eigenlijk vanzelf.
Podiumervaring had ik in die tien jaar immers al opgedaan en levenservaring om doorleefde liedjes te schrijven had ik ook genoeg. Na jaren van doelloos leven bleek ik ineens een geslaagde artiest.
Dát is wat een goed motto kan doen. Foudraine’s poëzie is krachtig genoeg om steeds weer relevant te worden, om me steeds te motiveren en te troosten.
Zonder zijn woorden was ik misschien altijd wel in die halfslapende toestand gebleven en was de drank me misschien nog liever geworden dan hij nu al is. Wat had ik al die jaren zonder die mystieke psychiater gemoeten?”

Robin de Wever
Maarten van Roozendaal (47) is zanger en liedjesschrijver. Vanaf vrijdag tourt hij met zijn nieuwe show ’Zonder vrienden’ langs de kleinere Nederlandse theaters.
Meer informatie en de speellijst op:
w w w. m a a r t e nv a n r o o z e n d a a l . c o m .

[Bron: Trouw 2 februari 2010]