fascisme

Donderdag 20 mei 2010 – V4a – 
Vandaag hadden we onze laatste les over het fascisme. Het ging erom waarom sommige mensen helper zijn en andere tegenstander of bijstaander. De meneer vroeg of iemand wist waarom de ene mens het een is en de andere mens het ander. Niemand had enig idee en daarom begonnen we met het lezen van de tekst uit hoofdstuk 9 van ons boek op bladzijde 46, 47, 48 en 49. We kregen een werkblad. Het was de bedoeling dat je dit werkblad tijdens het lezen zou invullen. We kregen tot half 12 de tijd om de tekst te lezen. De meeste waren om half 12 nog niet klaar. Toch moesten we stoppen anders hadden we te weinig tijd voor de andere dingen die we deze les zouden gaan doen. Hierna gingen we klassikaal bespreken wat iedereen op het werkblad had ingevuld. Eerst vroeg de meneer wat Yasmine had ingevuld bij de pijl van jodenvervolging naar 85% behouden en de pijl naar 75-80% vernietigd. Zij wist hierop niet het antwoord en daarna kreeg ik de beurt. Ik had op mijn blaadje geschreven dat de 85% ging om het percentage joden dat in Italië niet is omgekomen en dat de 75-80% ging om het percentage joden uit Nederland die vernietigd zijn.

Toen kreeg Mucahid de beurt over wie Balwina was. Hij zei hierop dat Balwina een Poolse boerin was. Na deze vraag wist Anouk ons te vertellen dat er sprake is van een altruïsme wanneer het is gericht op het helpen van een ander, een hoog risico of een offer meebrengt voor de steller van de dood, niet wordt beloond en vrijwillig is. Hierna zei Martha-Liza dat het altruïsme wordt bevorderd door het feit dat er onder andere geen rechtvaardigheid is en er geen rekening wordt gehouden met morele principes. Waarna Paul weer zei dat het altruïsme wordt belemmerd door bekrompenheid, de manier zoals ze met elkaar om gaan en in slechte familie situaties. En met deze opmerking was de laatste vertakking van de definitie van het altruïsme ook behandeld.

Hierna gingen we verder met de vertakking van wat ook een gevolg is van het altruïsme. Pleuni zei dat het ging om hechte banden en vooral ook om discipline. Na deze opmerking wist Pleuni ook te vertellen dat de straf ervan niet fysiek was maar met argumenten. Hierna gingen we verder met de vertakking van de katalysatoren. Kelly kreeg de beurt en zei: 1. Empatisch georiënteerd 2. Normocentrisch georiënteerd 3. Allesoverheersende principes. Hierna gingen we naar de laatste vertakking namelijk de opdracht van school. Luuk, Danilo en Merve die een voor een de beurt kregen wisten ons het antwoord niet te vertellen. Margriet zij uiteindelijk het goede antwoord en dat was een zorgzame school om mensen helper te maken in plaats van een niet-helper. Hiermee was het werkblad besproken. Iris en Margriet vonden het Newman College wel een zorgzame school. Margriet gebruikte als argument hiervoor dat we bij goed werken eerder weg mogen en het proefwerk kunnen verzetten als de klas daar achter staat. Ze zei dat onze school in ieder geval hard op weg is. Joost en Mucahid waren het hier niet mee eens. Joost zei dat hij zich namelijk niet altijd goed behandelt voelt door leraren. Na deze kleine discussie moest iemand de test gaan maken. Margriet wilden dit wel doen. Dit was wel begrijpelijk want ze had uiteindelijk 27 van de 30 vragen goed.

Hierna gingen we de film Schindler’s list kijken een hoofdzakelijk zwart/wit film uit 1993. Het ging over een aanhanger van de nazi’s die in zijn munitiefabriek joden liet werken in WO II. Eerst is hij dus tegenstander maar als hij uiteindelijk 1100 joden redt is hij eigenlijk en helper geworden. Op het moment dat de oorlog is afgelopen weet hij dat deze mensen familie zullen gaan zoeken die het voor het grootste deel niet meer zullen zijn en dat hij zelf vanaf dat moment zal moeten vluchten voor zijn eigen leven. Uiteindelijk wordt hij dan ook gepakt en opgehangen. Zelf vond hij dat hij veel meer levens had moeten redden als hij vele spullen had verkocht. Maar zo dachten deze 1100 joden toch anders want één van hen zei: ‘Wie 1 leven redt, redt de wereld’.