Dood

Woensdag 6 april – V5a- Vincent Bollebakker
Tijdens deze les hebben we het tweede gedeelte van de documentaire over Suzi gekeken. Daarna zijn er wat reacties gegeven op de documentaire. Het was een les van drie kwartier dus er was niet veel tijd meer om erover na te praten.
Het tweede gedeelte van Suzi’s Story
Dinsdag is een nare dag want dan gaat ze naar de aidskliniek, dan worden de T-cellen geteld. Aan dit aantal kunnen ze een schatting maken hoelang ze nog te leven heeft. Is doet ook mee aan een experimentele behandeling. Omdat het een experimentele behandeling is weet is niet of ze de echte pillen krijgt of placebo’s. Het is geen geneesmiddel maar het zou haar leven met een paar jaar kunnen verlengen.
Het aids virus tast ook haar hersenen aan, daarnaast kreeg ze ook nog eens een neurologisch virus omdat haar afweer dusdanig laag was om het af te weren.
Het doel van de documentatie is dat mensen iets van haar kunnen leren, ze hoopt dat mensen zichzelf aanleren om uit te kijken en ze probeert ook de vooroordelen weg te nemen.
Suzi wilde voordat ze dood ging nog een aantal dingen doen. Eén ervan was haar vriendin Laura uit Amerika nog een keer zien. Suzi en haar man hebben in de moeilijke tijden de echte betekenis van vriendschap leren kennen. Sommige vrienden hebben hun in de steek gelaten maar de vrienden die ze hadden waren een echte steun. De belangrijkste levensles van Suzi is: vergeven.
Op 17 juni 1987 stierf Suzi thuis. Bij Troy(haar zoon) lijken de bloedtransfusies te werken en het ziet er goed uit voor hem.
De reacties:
Leerling 1:Heftig verhaal maar ik vind het raar dat ze in de steek zijn gelaten door een aantal vrienden. Dat kan ik me niet voorstellen.
Meneer: Denk er wel aan dat er veel onduidelijkheid was over aids in die tijd.

Leerling 2: Ik denk dat er twee groepen vrienden zijn, als je kijkt naar het in de steek laten, de eerste groep doet het omdat ze toen je gezond was iets van je nodig hadden. De tweede groep geeft zoveel om jou dat ze niet goed weten wat ze daar mee aan moeten en niet willen laten zien hoe zwaar ze het hebben.

Meneer: Er is een onderzoek geweest waar uit is gekomen dat dokters en verplegers bij een “gewone” patiënt sneller reageren dan bij een terminale patiënt. De theorie is dus dat mensen worden geconfronteerd met hun eigen sterfelijkheid als ze naar iemand gaan die stervende is. En daar worden ze bang van.

Meneer: Het is eigenlijk raar dat de stervende de achterblijvers een hart onder de riem moet steken.

Leerling 1: Het is makkelijker om te accepteren dat je dood gaat in tegenstelling tot het toekijken.
Leerling 3: Als achterblijver maak je de hele toestand mee. Alles stort in en je kunt er niks aan doen. Daarnaast zit je dan met de puinhoop. De man bleef achter met een zwart gat. 


Woensdag 30 maart – V5a- Vincent Bollebakker
De les vandaag bestond uit twee onderdelen, de eerste helft van de les hebben we het onderwerp, de bijna dood ervaring afgerond, en de tweede helft hebben we een documentaire gekeken over iemand die aids had.
Ik begin gewoon bij het begin. Een bijna dood ervaring is als je klinisch dood bent geweest en daarna weer tot leven komt. Een meneer Greyson heeft een difinitie opgesteld voor deze BDE-en. Er worden verschillende eisen gesteld, deze zijn in een vorige les genoemd. Daarnaast zijn er verschillende theorieën over deze BDE-en. Blackmore denk dat het zich allemaal in de hersenen afspeelt. Zij zegt dat het te verklaren is door naar de elektrische en chemische prosessen in de hersenen te kijken. Lommel, Parnia en Ferwick twijfelen aan de huidige theorie dat het brein je bewustzijn herbergt. En als laatste is er nog Hameroff, wiens verhaal mij wel aansprak. Hij zegt dat de geest worden geproduceerd diep in de cellen. In de cellen zitten Microtubili, dit zijn als het ware kleine computertjes die alles in de cellen regelen maar ook de interactie met andere cellen. Maar je moet nog verder gaan. Tot je op het fundamentele niveau van het heelal komt. Hij denkt dat hier alle informatie wordt vastgehouden maar als je dood gaat houden de cellen op met werken en sijpelt er informatie weg. Dit wordt de kwantumruimte genoemd. Dit zou verklaren waarom mensen dingen waargenomen hebben terwijl zij klinisch dood waren.
Pam is een bijzonder geval omdat zij een BDE heeft gehad terwijl zij aan verschillende meetapparatuur gekoppeld was. Ze zag een licht en ging ernaartoe, daar hoorde zij haar oma. Ze herinnerd zich ook dat ze zij: “Ik sta in de adem van God”. Haar oom bracht haar vervolgens weer terug naar haar lichaam.
De meneer probeerde een beetje feedback te krijgen over deze theorieën maar dat verlies moeizaam. Daarom is hij maar de klas rondgegaan om aan iedereen te vragen welke theorie zij het geloofwaardigste vonden. De resultaten zijn als volgt.
1.  Gebeurd allemaal in de hersen 5 voorstanders
2.  Afvragen of de huidige relatie brein-bewustzijn nog wel klopt 3 voorstanders
3.  Kwantumruimte 4 voorstanders
4.  Je betreed een andere wereld 2 voorstanders
Greyson heeft ondervonden dat een BDE een levens veranderende invloed heeft. Mensen zoeken een andere baan, partner, zijn minder competitief en worden vaak meer spiritueel.
Het tweede deel van de les hebben we naar een documentaire gekeken over een vrouw die aids heeft.
Suzi’s Story
Woont in Sydney, Australië met haar man en zoon van 19 maanden. Het zoontje is ook besmet omdat zij het virus al had toen hij nog niet geboren was. Haar man heeft ook nog een dochter uit een vorig huwelijk.  Ze kreeg het virus nadat ze een korte verhouding had gehad met een biseksuele man in New York. Dit was voordat zij haar man leerde kennen. Zij en haar man hebben 4 jaar lang een seksleven gehad maar hij is niet besmet. Elke drie weken krijgt het zoontje plasma met antilichamen toegediend, deze vervangen het afweersysteem dat wordt vernietigd door het virus. Er is familie overgekomen toe zijn het nieuws hoorde om haar te steunen en te helpen.   


23 maart 2011 - Nicole Biemans - V5a
De les begon met een discussie tussen meneer Mathijssen en Anouk. Anouk vond dat zij bij de opdracht ‘Je geld of je leven’ was benadeeld. Meneer Mathijssen had op it’s learning gezet dat je bij onderdeel drie een beschouwing moest schrijven maar vervolgens had je wel je mening moeten geven. Meerdere mensen in de klas hadden dit probleem ondervonden.
Daarna gingen we snel door de opvattingen van Becker heen. Meneer Mathijssen vroeg de klas het volgende: “is de angst voor de dood aangeleerd of aangeboren?” Vincent antwoordde hierop: “de angst voor de dood is aangeboren, want dat zegt jou dat je moet overleven en dood is niet overleven.”
Mathijssen: “Dus jij zegt als reptielenbreinen dat aangeboren stuk niet hadden, hadden we hier niet gezeten? Kortom angst voor de dood is biologisch noodzakelijk om te overleven?”
Vincent bevestigd dat dit volgens hem klopt en geeft nog een toevoeging: “Normaal gaan de zwakkere dood dat is in onze samenleving niet zo”.
Ik ben het hier met Vincent eens. De angst voor de dood zit in ons, het is aangeboren. Het zegt ons dat we moeten overleven.

Daarna werd er het volgende op het bord geschreven: Zilboorg zegt ? Angst voor de dood evolutionair noodzakelijk ? deze angst is niet permanent ? er is sprake van verdringing.
Meneer Mathijssen verduidelijkt: “Als deze angst permanent was dan zouden wij geen leven hebben. Je zult dan altijd van het ergste uitgaan en dat zal je niet lang vol kunnen houden. Daarom zal er sprake zijn van verdringing”.

De meneer schreef het volgende op het bord:      God – worm
                                                      Schepper – Schepsel

Meneer Mathijssen verduidelijkt: “de schepper is onsterfelijk en het schepsel niet. We willen verdringen dat wij wormen (sterfelijk) zijn en daarom zoeken mensen manieren om het schepsel zijn te ontkennen.
Manieren om het schepsel zijn te ontkennen:
-  Boven jezelf uitstijgen
Als je boven jezelf uitstijgt heb je het gevoel dat je meer bent dan een ander en dus krijg je in plaats van een schepsel gevoel een schepper gevoel.
-  Kwaad
Alles wat wij doen om het schepsel zijn te ontkennen zal leiden tot het kwaad (vb. bommen maken).
-  Zondebok
Door andere mensen tot zondebok te maken maak jij jezelf meer en stijg je dus boven andere uit.
-  Godsdienst
Bij godsdiensten bestaat het leven na de dood. Overigens geloven niet alle gelovigen hierin. Hier zien mensen zich dus boven het aardse bestaan uitstijgen.
-  Held
Als je, volgens veel Amerikanen, op de laatste dag van je leven kan zeggen dat je iets bereikt hebt stijg je weer boven jezelf uit.
-  Narcisme
Mensen focussen zich op zichzelf. Deze mensen hebben een ander nodig om zichzelf te zijn en om boven zichzelf uit te stijgen.
-  Fitness (gezondheidscultus)
Gezondheid vinden 16/17 jarige een belangrijke waarde. Daar schuilt namelijk de eeuwige jeugd achter. Zo van, ik ga toch niet dood.

Bij het lijstje van ‘Relatie leven of dood’ waar ook Youp van ’t Hek tussenstaat, kunnen we nu bij Becker invullen: Angst voor dood is de motor van het leven.
Meneer Mathijssen: “Naar wie gaat je voorkeur van dit lijstje uit?
Vincent, Luuk, Yasmine, Pleuni en Martha-Liza zeiden dat hun voorkeur uitgaat naar de Ballade van de dood. Mijn voorkeur gaat hier ook naar uit. Zonder de dood zal ons leven heel anders opgebouwd zijn. Alles zal veel rustiger verlopen omdat er veel meer tijd is om te leven. Ook denk ik dat mensen vaker een slechter humeur hebben. Nu zie ja al veel mensen die een einde aan hun leven willen maken, want hoe vaak hoor je wel niet op de radio dat er iemand voor de trein is gesprongen. Als we niet meer dood kunnen zal dit voor deze mensen en mensen die ernstig ziek zijn verschrikkelijk zijn. Tenzij je natuurlijk aanneemt dat je ook niet meer ernstig ziek zal kunnen worden, omdat je niet dood kan. Het is moeilijk te zeggen aangezien je het je niet kan voorstellen maar ik denk dat het leven minder kwaliteit zal gaan bevatten.

Hierna gingen we een documentaire kijken: ‘De dag waarop ik stierf’.
Dit ging over mensen die een bijna doodervaring hebben gehad. De grote vraag is: als je hersenen niet het bewustzijn creëren hoe kan het dan dat je een bijna doodervaring ondergaat?
Drie artsen doen onderzoek naar dit verschijnsel. Zij onderzoeken de ervaringen van mensen die het verschijnsel ondergaan als ze klinisch dood zijn. Om dit vast de stellen maken zij gebruik van de Near Death Experience (NDE) schaal:
-  Of mensen konden denken en helder waren toen ze de bijna doodervaring ondergingen.
-  Emotionele veranderingen (vb. of ze vrede en warmte voelde).
-  Paranormale facet. Je voelt je loskomen van je eigen lichaam.
-  Trancentendale component. De Maagd Maria liep voorbij.

Volgens iemand die een bijna doodervaring had ondergaan zag ze haar leven versneld terug. Ook voelde ze warmte en vrede. Nadat ze was bijgekomen sprak ze met bijna niemand over deze ervaring. Door een artikel in een damesblad kwam ze erachter dat ze niet de enige was die zoiets had ondergaan.
De onderzoeksgroep gaat onderzoek doen naar de groep mensen die een bijna doodervaring hebben ondergaan na een hartstilstand toen ze klinisch dood waren verklaard. Dit is de ideale onderzoeksgroep. De hersenactiviteit neemt namelijk na 8 seconden na het stoppen van het hart af. Ook de ervaringen en herinneren die je in je leven hebt opgedaan zijn dan weg.
Dr. Susan Blackmore denkt dat mensen dit niet echt ondergaan. Zij zegt dat de uittreding uit het eigen lichaam een illusie is die door onze hersenen wordt gemaakt. Zo is de tunnel die veel mensen beschrijven door het volgende te verklaren: door de shock, waar je door de hartstilstand in terecht komt, zijn al je cellen in je hoofd naar het midden gericht. Hierdoor wordt er een lichtbundel gesimuleerd met daarom heen een zwarte rand: de tunnel. Het fijne en vredige gevoel is volgens dr. Susan Blackmore ook te verklaren: door de shock komt er veel endorfine in het hoofd vrij. Daardoor ga je jezelf goed en gelukkig voelen dit zijn dus de emotionele veranderingen.
Wanneer de bijna doodervaring zich bevindt (als je wegraakt, als je weg bent of als je bijkomt) is moeilijk te zeggen. Blackmore vermoedt dat dit in de grenstoestand gebeurt (dus als je wegraakt of als je bijkomt).
Michael Seben onderzocht in Atlanta een heel speciaal geval. Een vrouw werd in haar hersenen geopereerd door dr. Spetzer. Voor de operatie werd de vrouw ‘klinisch dood gemaakt’. Het bijzondere van haar bijna doodervaring was dat het plaatsvond terwijl ze aan de meetapparatuur lag. Ze voelde dat ze haar lichaam via haar hoofd verliet. Ze zag dat haar schedel open werd gezaagd, de spullen in de operatiekamer en ze herinnerde zich een gesprek tussen de doctor en een verpleegster. Het interessante hieraan is dat de spullen zich niet in de kamer bevonden toen ze haar naar binnen reden. Ze kan het dus niet in haar bewuste toestand hebben gezien.

Lesverslag 18 maart 2011 - Stijn Rovers - V5b

In deze les hebben we een documentaire gezien over BDE’s (Bijna dood ervaringen):

Greyson heeft de bijna dood ervaringen op wetenschappelijk niveau bekeken en heeft een hele lijst samengesteld over kenmerken van een BDE.

Parnia verzameld informatie over BDE. Hij beperkt zich tot mensen die Klinisch dood waren.  Samen met een andere arts proberen ze te onderzoeken wat er met de hersenen gebeurt wanneer mensen een BDE hebben.

Susan Blackmore is er van overtuigd dat een BDE word veroorzaakt door de hersenen zelf. Wanneer je tijdens een BDE door een tunnel reist komt dit door cellen in je ogen die te hard werken. De meestal blije emotie komt door een chemische stof die vrijkomt als je in shock raakt en het verlaten van je lichaam is een illusie die mensen hebben. Kortom de BDE is er alleen als de hersenen nog functioneren.

Pam was echt bijna dood. Ze was erg ziek en er was een hele risicovolle operatie nodig om dit te verhelpen. Een uur van tevoren was ze klinisch dood gemaakt. Haar gezicht werd bedekt en toch kon ze alles zien en horen wat er in de operatiekamer gebeurden. Tijdens deze operatie kwam ze in een tunnel en aan het einde van de tunnel kwam ze een bekende tegen. Deze bekende duwde haar weer terug in haar eigen lichaam. De operatie was een succes en ze kon alles na vertellen. Vooral hele specifieke dingen die zij niet kon weten.

Hamarof bestudeerd de microtubilen in de hersenen van de mens. Hij denkt dat deze de kwantum computer zijn voor de hersenen ook wel de “geest”

Mensen veranderen nadat ze een BDE hebben gehad. Ze zijn niet meer hetzelfde als vroeger en zijn meer bewuster van het leven geworden.

Meneer mathijsen had na afloop de vraag gesteld wat wij dachten dat waar was:
A puur intern in de hersenen -> 2 mensen
B de kwatum computers, dus veel uitgebreider -> 15 mensen
C betreden van andere wereld -> 4 mensen

Ben:
“de laatste theorie van de kwantum computers vind ik nogal vaag. Ik snap niet hoe dit kan, want het waarnemen van dingen gebeurt via je ogen. Ik vind dat dit nog beter uitgewerkt moet worden.”

Bert:
“Ik kan me wel in de fysieke ervaring vinden, bijvoorbeeld tussen slaap en wakker maak je ook fysiek dingen mee die niet gebeuren.”

Ikzelf:
“Ik kan me wel vinden in de theorie van Susan blackmore, omdat wanneer je in shock raakt je hersenen ook vreemde dingen gaat doen zoals stofjes maken en overwerken. Ik kan me daar helemaal in vinden.


Lesverslag 16 maart 2011 – Kelly Zwets – V5a

We zijn al 2 lessen bezig met het thema de dood wat bij velen van ons nogal wat emotionele momenten geeft. Deze les van 16 maart was gelukkig wat neutraler. We hebben enkele filmpjes gekeken en daarover onze meningen gevormd.

Het eerste filmpje wat we keken is de ballade van de dood. Een aangrijpende lap tekst kwam over ons heen, en eigenlijk was er maar 1 boodschap in dit filmpje: “De dood komt je halen, de dood raakt je aan, dus de dood moet in levende lijve bestaan.” De mensen in dit filmpje sloten de dood op maar vonden er toen niks meer aan om te leven. Je kon namelijk vanalles, zonder dat je dood ging, en dat begon te vervelen.
http://www.youtube.com/watch?v=db4yJQxMgWs

Margriet en Zappa formuleerden een hele mooie zin die heel het filmpje in een klap samenvatte: Zonder dood is er geen kwaliteit van het leven.
Op het filmpje volgde een hele discussie tussen Joost, Margriet en de leraar. En eigenlijk ging dat niet eens over de boodschap van het filmpje. De stelling was: Als er eeuwig leven is, is er geen voortplanting. We waren het hier allemaal over eens maar de leraar zei dat er dan helemaal geen seks zou zijn. Margriet en Joost waren het hier niet helemaal mee eens:
Joost: Wij zijn niet net als dieren. Dieren doen het niet voor de lust, maar voor de voortplanting. Wij doen het ook voor de lust.
Margriet: Seks is een genotsmiddel net als drank en dat zal niet weggaan, ook als er geen voortplanting bestaat.
De leraar kon het hier niet helemaal in vinden. Als seks namelijk blijft bestaan, blijft er ook voortplanting. En dat kan niet als er eeuwig leven is, dan raakt de wereld overbevolkt.

Het tweede filmpje/liedje wat we gingen kijken/luisteren was “niemand weet hoe laat het is” van Youp van ’t Hek. Dit lied zette 2 belangrijke modellen tegenover elkaar. Namelijk die van Youp zelf: Leef je leven als was het je laatste uur. En het andere model wat er recht tegenover stond: Deze dag is de eerste van de rest van mijn leven. De leraar verwachtte dat wij allemaal volgens het eerste model leefden, maar het tegendeel bleek werkelijkheid.
http://www.youtube.com/watch?v=qrvgasCJfJM

Zappa was voor het 2e model. Als motivatie daarbij zei hij: Als de volgende dag niet komt, dan heb ik gewoon pech. Daar wil ik niet iedere minuut van de dag bij stil staan.
Ook martha-Liza was voor het 2e model. Zij had als motivatie dat als ze iedere dag zou leven alsof het de laatste was, ze dan ook niet naar school zou gaan. Het is namelijk vreselijk om je laatste dag op school te moeten doorbrengen. Daarbij is het ook zo dat als je volgens het andere model leeft, je dan in feite je hele leven verpest omdat je daar ieder moment van de dag bij stil staat.
Joost zette deze meningen nog wat kracht bij: Wij leven voor de toekomst en leven dus allemaal volgens het 2e model. Als we dat namelijk niet deden, zaten we hier nu niet op school.
Madelon zei dat ze eigenlijk volgens beiden leefde. Van het 1e model wordt je namelijk niet echt vrolijk, maar carpe diem (pluk de dag) is toch ook wel heel belangrijk.
Margriet zei ten slotte dat we eigenlijk alleen volgens het 1e model leven op de dagen waarop we ons gelukkig voelen. Dan denk je namelijk aan het einde van de dag: Als mijn leven nu op zou houden zou ik er misschien wel meer vrede mee hebben omdat ik het heel mooi heb afgesloten.

Het derde en laatste filmpje wat we hebben gekeken was het filmpje van Freek de Jonghe, “Leven na de dood”. Eigenlijk wordt hier op een hele vrolijke manier de spot gedreven met een hele hoop dingen. Er wordt gesuggereerd dat het in de hemel alle dagen feest is.
http://www.youtube.com/watch?v=H6uPe7Euzd8

Nadat we dit laatste liedje hadden geluisterd, lazen we een stukje uit het boek op blz. 56 in het tekstboek over een BDE (bijna dood ervaring). Hierop volgde een hele discussie tussen Vincent en de leraar. Vincent suggereerde namelijk dat het niet zo kan zijn dat je een BDE hebt. Dat mensen dat denken verbond Vincent met het idee dat de hersenen een tijdje uit zijn. Hierdoor ontwikkelen mensen een leeg plekje dat ze later op moeten vullen. Sommigen doen dat dan door te denken dat ze een BDE hebben gehad. Maar ze doen dit niet bewust! De leraar vond dit heel vreemd, begreep het ook verkeerd waardoor er een hevige discussie ontstond.
Margriet zag een verbinding tussen het geboren worden en een BDE. Als je een BDE hebt zeggen mensen vaak dat ze het licht zagen aan het eind van de tunnel. Margriet suggereerde dat dit kwam doordat ze vroeger toen ze werden geboren ook door een tunnel heen moesten, en uiteindelijk het licht zagen, en ze dacht dus dat hier misschien wel een verband lag.
Vincent bracht nog wat meer overtuiging mee door te zeggen dat het niet kan dat je bijna dood bent, dat is namelijk net zoiets als bijna zanger zijn; dat gaat ook niet.
Madelon sloot de les af met haar idee hierover: Als mensen bijvoorbeeld geopereerd worden hebben ze een hele tijd hun ogen gesloten. Als je dan ineens je ogen opent komt er ineens heel veel licht op je netvlies gevallen, waardoor je aan het begin niet heel veel ziet. Mensen zien dit dan misschien als een Bijna Dood Ervaring, terwijl er dan helemaal niks aan de hand was.

4 maart 2011 – Marieke Rombouts- V5b

Vorige les waren we begonnen met het beantwoorden van de vragen op bladzijde 49. In deze les gingen we hiermee verder.

Vraag 8
Denk je wel eens aan het feit te moeten sterven?
Veel mensen hebben gekozen voor soms. Blijkbaar denken wij hier niet zo veel over na. Misschien omdat het nog ver weg lijkt, of omdat we er (gemiddeld) niet vaak me geconfronteerd worden.
Philippe antwoordde vaak. “Ik wordt er vaak mee geconfronteerd. Niet tijdens de gewone dagelijkse dingen, maar pas als er iets op mij pad komt wat er mee te maken heeft. Ik denk dat ik hier vaker over na denk dan de meeste mensen. Gelukkig ben ik nog niemand verloren.”

Vraag 9
Welke gevoelens heb jij bij de dood?
Voor veel mensen geeft doodgaan een rustig gevoel. Het is onvermijdelijk. Zoals de meneer het verwoordde: “Dankzij de dood kunnen wij leven.”
John: “Je kunt niet leven als je niet accepteert dat je dood gaat. Je moet de dood accepteren.” Ook zei hij dat er angst voor de dood bestaat. Dit is alleen in speciale gevallen, bij bijvoorbeeld ziektes of wanneer iemand verdrinkt. Hier ben ik het ook mee eens. Ik heb enige angst om dood te gaan, omdat het me eng lijkt er op eens niet meer te zijn.

Vraag 10
Na mijn dood zou ik graag in de herinnering achterblijven door:
De meerderheid van de klas vindt het belangrijk om de persoonlijkheid in “leven” te houden. Daarnaast willen we herinnerd worden aan de dingen waar we goed in waren en aan ons karakter. Ik sluit me bij de mening van de klas aan. Het is mooi om door de goede dingen herinnerd te worden en dat de mensen positief blijven denken over je dood.

Vraag 11
Als je kon kiezen, hoe zou je dan zelf willen sterven?
Bij de keuze “Na een geweldige prestatie”, maakte Ben de opmerking dat je, wanneer je een geweldige prestatie verricht hebt, hiervan juist wilt genieten en niet wilt sterven.
Loulou vertelde dat je bij zelfmoord de dood in eigen handen hebt.
Verder zijn de meningen over deze vraag verdeeld. Veel mensen willen graag plotseling sterven, anderen vinden het mooi hun dood in eigen handen te hebben. Sommige vinden het fijn te sterven met dierbaren om zich heen. Het is lastig hierover na te denken. Ik denk dat ik zelf zou willen sterven met dierbaren om me heen. Dan heb je het gevoel dat je niet alleen bent en dat er mensen zijn die van je houden en die je zullen gaan missen.

Vraag 12
Wat zou je willen na je dood?
Acht mensen vinden dat hun nabestaanden mogen kiezen wat er met hun gebeurd. Drie mensen zouden hun lichaam aan de wetenschap ter beschikking stellen. En een enkeling maakt het niks uit.

Bij deze vraag werden enkele toelichtingen gegeven. Stijn vertelde dat hij toch al dood is. Het maakt hem niks uit. Guus zou graag in de zee gegooid willen worden. Hij is al z’n hele leven betrokken met water. Ben vertelde dat hij zijn lichaam aan de wetenschap zou willen geven. “Ik ben toch al dood. De wetenschap heeft mijn lichaam nodig.” Hij vindt het mooi dat wanneer hij dood is, wat voor anderen kan betekenen. Blue had gekozen voor: in alle stilte. “Ik wil niet dat mensen verdrietig om mijn zijn. Zelf heb ik dit ook meegemaakt.” Blue is erg verdrietig als iemand dood gaat en wil dit een ander niet aan doen. Hierop reageerde Ben. Hij zei dat het juist goed is als mensen rouwen, anders hebben ze er later misschien nog last van. De meneer zei dat Blue anderen wil beschermen voor het leed. Maar je kunt mensen niet dwingen om niet te rouwen.
Alicia laat dit aan haar nabestaanden over. “Ik maak het zelf niet mee. Het beste is om te doen hoe mijn familie het wil. Mijn familie hoeft zich niet aan te passen aan mij. Ik pas mij aan, aan mijn familie.”
Na haar verhaal, vroeg de meneer het volgende. “Mag je een laatste wens hebben?”
Etienne vond dat dit mag. Hij verteld dat als je zelf ideeën over je dood hebt, mag je deze vertellen en als wens hebben. “Je kunt aangeven wat je wilt, maar het is geen verplichting.” Dat wilt zeggen dat de familie weet wat de wens is van de overledene maar kan alsnog voor iets anders kiezen. Bij Mohammed gaat het allemaal op dezelfde manier. Hij heeft geen keuze volgens zijn geloof. Alle moslims laten zich begraven.

Vraag 13
Geloof jij:…
Twaalf mensen uit de klas denken dat er niets is na de dood. Er zijn maar weinig mensen die geloven dat er wel iets is na de dood en dat we bijvoorbeeld terug komen op aarde. Twee mensen denken dat we bij God komen na de dood.

Vraag 14
Heb jij wel eens een bijdrage geleverd aan de invulling van een afscheidsdienst?
Loulou gaf hier het volgende antwoord op. “Bij de afscheidsdienst van mijn oma hebben alle kleinkinderen kaarsen aangestoken.” De meneer vroeg of ze dit fijn vond. Loulou: “Ik had er geen probleem mee gehad als ik het niet gedaan had.” Max vertelde over de afscheidsdienst van zijn oma. Familieleden lazen toen stukjes voor, maar niemand werd emotioneel en niemand moest huilen. Daarna ging ik gitaar spelen en begon iedereen te huilen.

Na het beantwoorden van de vragen gaf de meneer ons een opdracht. We moesten een levensbeschouwelijke vraag stellen over de dood. Daar kwamen de volgende vragen uit:
-  (John) Waarom zijn mensen bang voor de dood?
-  (Silvia) Waarom zou je geen donor willen zijn?
-  (John) Waarom is het belangrijk om afscheid te nemen?
-  (Étienne) Wat is de relatie tussen leven en dood?
-  (Judith) Moet je bewust van je sterfelijkheid leven?
-  (Max) Bestaat er een onsterfelijke ziel?
-  (Srosh) Kunnen we onsterfelijk worden? Zo ja, willen we dit?
-  (Max) Zou je je sterfdatum willen weten?

We starten met een nieuw hoofdstuk. Hoofdstuk 13, relatie tussen leven en dood.
Hierbij maakte Loulou een opmerking: “zonder de dood is het leven saai”. Alicia vulde haar aan: “Zonder de dood is het leven niet compleet”.

We gingen luisteren naar een lied van Youp van ’t hek: Niemand weet hoe laat het is. In dit lied kwamen twee modellen naar voren die elkaar tegen spraken.
Model (+): Leef alsof het je laatste dag is. Ook doet de angst voor de dood, Youp genieten.
Model (-): Vandaag is de eerste dag van de rest van je leven.

Met dit filmpje eindigde we de les.

16 februari 2011 | Luuk Uilenbroek V5a

Deze les begonnen we met het onderwerp de Dood. De meneer maakte in het begin van de les meteen duidelijk dat dit voor sommige mensen misschien een moeilijk onderwerp kon zijn. Als dit onderwerp te emotioneel voor je is mag je de opdrachten zelfstandig maken, je hoeft dan niet in de les te zitten.
Iedereen kreeg een stukje tekst van hoofdstuk 11. Je moest bij je stukje een aantal stellingen verzinnen over het dominant perspectief ten aanzien van het kwaad. De volgende stellingen zijn door de klas gegeven:

A (blz. 46/47)

-  Sterven en leed worden uitgebannen
-  Er heerst schaamte voor rouw
-  Er rust een taboe op het spreken over je eigen dood
-  Pornografie van de dood
Mensen praten alleen maar over de dood als deze sensationeel is, zoals bijvoorbeeld een zwaar ongeluk. De alledaagse dood (zoals bijv. overlijden aan kanker) wordt weggestopt, daar durven we niet over te praten. Dit is hetzelfde bij pornografie: het is een uitvergroting van de werkelijkheid, door pornografie vergeet men de werkelijke liefde. Dit is ook het geval bij de dood. Bepaalde aspecten van de dood worden weggestopt, net zoals de echte liefde in de pornografie.

B (blz. 47)
-  Mensen hebben moeite met afscheid nemen, daarom doen ze het zo kort mogelijk
-  De “afwerking” van de dood moet zo efficiënt mogelijk
-  De dood is niet belangrijk, daarom is de uitvaart zo kort mogelijk
-  Uitvaart is een industrie geworden
-  Sommige uitvaarten zijn nog korter dan 17 minuten
-  Een korte uitvaart kan de wens zijn van de overledene
-  Bij een korte uitvaart benadruk je het leven in plaats van de dood
C (blz.47)
-  Mensen die rouwen willen dit niet alleen doen
-  Nabestaanden hebben langer verdriet dan dat de omgeving denkt
D1 (blz.47)
-  Aandachtscurve voor nabestaande is kort, mensen zijn je al snel vergeten
(mensen hebben de ervaring dat ze in een leeg huis terechtkomen)
-  Verdriet wordt niet door de gemeenschap gedragen. De dood is iets individueels geworden
D2
-  Eigen initiatief wordt overgelaten aan een begrafenisondernemer. Later krijgen veel mensen hier spijt van, de uitvaart was achteraf gezien niet persoonlijk genoeg
D3
-  Op een eigen manier afscheid nemen levert een positief gevoel op. Verkeerd afscheid nemen levert een negatief gevoel op gedurende een lange tijd

Vincent was het voor het grootste gedeelte wel eens met dit dominant perspectief. Toch vind hij dat er voldoende mogelijkheden zijn om persoonlijke elementen te verwerken in de uitvaart. Tegenwoordig is een uitvaart volgens hem persoonlijker, omdat er meestal alleen vrienden en familie aanwezig is. Vroeger was het zo dat het hele dorp op de uitvaart aanwezig was, omdat het dorpsgevoel in die tijd veel groter was dan tegenwoordig. Ook is hij van mening dat de houding ten aanzien van de dood is veranderd. Vroeger hadden meer mensen het idee dat ze naar de hemel zouden gaan als ze zouden sterven, terwijl tegenwoordig veel mensen denken dat er na de dood niets meer is. Mensen zijn dus bang voor de dood omdat ze vrezen dat er daarna niets meer is.

De meneer vindt dat de media de laatste tijd veel aandacht besteden aan de dood. Dit komt door de “emotiecultuur”. Alles in de media is emotie en heeft met gevoelens te maken. Door deze aandacht voor de dood kunnen mensen hun emoties over de dood beter verwerken. Het gemeenschapsgevoel is volgens hem veranderd naar individualistische rouw.

Toen de meneer een voorbeeld gaf over een speldje waarmee je vroeger kon aangeven dat je weduwe was, waren hier verschillende meningen over. Zappa vond zo´n speldje niet nodig, hij zou het niet fijn vinden dat mensen steeds naar hem toe zouden komen om te vragen hoe het met hem gaat na het verlies van zijn geliefde. De meneer was het hier niet mee eens, volgens hem was het juist een goede manier om over je verlies te praten. Door het speldje leg je het initiatief om erover te praten bij de ander, wat makkelijker is voor de weduwe.

Lesverslag 09-12-’10 – H5B– Laura da Silva Galinho Anastacio

De dood

Bijna dood ervaring (BDE)

Documentaire over bijna dood ervaringen ? De wetenschappelijke kijk op bijna dood ervaringen.
Mensen met een BDE hebben dit aangegeven bij artsen. De onderzoekers hiervan zeggen dat het zou kunnen. Je geest leeft dan door als je hersenen het niet meer doen. Deze onderzoekers hebben mensen klinisch onderzocht. Deze mensen zijn dan dus eigenlijk klinisch dood. Klinisch dood wil zeggen dat ze geen harstalg hebben, dat de hersenen niet meer werken en dat de pupillen groot zijn.  Mensen die een hartstilstand hebben (gehad), kunnen ze het beste onderzoeken
Sinds de jaren ’70 is het bekend dat een BDE bestaat. Sindsdien kwamen er al verhalen van mensen wat ze hadden meegemaakt tijdens bijvoorbeeld operaties. Er is hiervan ook een boek gepubliceerd in de jaren ’70.

Bruse Greyson is een van deze artsen die het onderzoekt. En hij had het zelf al wel eens gehoord van een patiënt, maar naar mate andere artsen ook steeds vaker hiermee kwamen. Zijn ze het toch goed gaan onderzoeken. De mensen die een BDE omschrijven hebben meestal 5 kenmerken die overeenkomen:
-  Sneller en harder nadenken
-  Emotionele veranderingen
-  Een ‘paranormale’ aspect
-  Een visie van de toekomst
-  Ze voelen zich ergens anders, bij andere overleden personen. (bijv. moeders, vaders, ooms, tantes etc.) ? persoon voelt zich alsof hij/zij dood is.

Ervaringen:
•  Heather Sloon: Deze vrouw lag in het ziekenhuis, in een bed. Maar opeens zag ze zichzelf liggen, haar ‘geest’ of ‘iets’ stond naast haar bed. En keek naar Heather die nog steeds in het bed lag. Alsof zij opeens de verpleegster was, die alles moest controleren. Ze voelde zichzelf meegetrokken worden naar een licht gat. Daarna omschreef ze het als: pure liefde, pure vrede.
Ze voelde en zag allerlei gebeurtenissen van haar leven voorbij komen. Ze begon te beseffen dat ze misschien voorgoed daar zou zitten en niet meer terug kon gaan. Ze zei dat ze terug moest omdat ze voor haar dochtertje van 18 maanden moest zorgen. Toen ging ze terug en voelde een soort van klap. Toen ze daarna keek lag ze weer in haar eigen lichaam, op het bed en waren 2 verpleegsters bezig met alles te controleren.
•  Er was ook een man in de documentaire te zien. Hij heeft in coma gelegen maar blijkbaar heeft hij alles van buitenaf gezien. Hij heeft dingen kunnen vertellen tegen de artsen wat onmogelijk geweest zou zijn dat hij dit had gezien. Hij kon vertellen welke man zijn kunstgebit uit had gedaan en deze op een bepaalde plek in een kastje heeft gezet. Ook deze plek kon hij precies aanwijzen. Deze man heeft dus ook een BDE gehad.
•  Pam: deze vrouw kwam ook in de documentaire voor. Terwijl ze aan apparatuur vast lag kreeg zij een BDE. Ze had namelijk een gezwel op haar hersenen maar op een heel moeilijk te bereiken plek. Namelijk aan de onderkant van je hersenen. Het zou dus een moeilijke operatie worden. Pam had nog 1 kans om te overleven ze moest naar Phoenix toe. Waar ze door een neurochirurg behandeld zou worden. Pam was tijdens de operatie dus klinisch dood. Haar ogen waren dichtgeplakt. En daarna pas reden ze naar de operatiekamer.
Terwijl Pam klinisch dood was heeft ze toch geluiden gehoord. Ze hoorde een soort boor geluid (van het boortje waarmee ze haar schedel open zouden snijden). Ze voelde daarna ook iets kriebelen op haar hoofd. Ze stond daarna buiten haar lichaam en zag alles vanaf boven. Ze werd naar een wit licht toegetrokken. En boven kwam ze in aanraking met haar oom. Ze had gesprekken van de artsen gehoord, die je nooit kan horen als je klinisch dood bent, ze kon bepaalde operatie ‘gereedschappen’ omschrijven terwijl ze deze nooit heeft gezien. Want deze gereedschappen worden pas uit de verpakkingen gehaald als de persoon echt ‘klinisch dood’ is en de operatie gaat beginnen.
Achteraf bleek Pam alles te kunnen vertellen aan de artsen. De gesprekken die ze heeft gehoord (er was een complicatie met haar aderen van haar been) en dat kon ze gewoon vertellen aan de artsen. Dat er dus niet vanuit haar linkerbeen maar uit haar rechterbeen de aderen zijn gepakt. Want in het linkbeen waren deze aderen te klein. De gereedschappen kon ze ook allemaal beschrijven. Het boortje bijvoorbeeld.
De artsen vinden het heel raar en stonden verteld, het is een soort ‘buiten zintuigende waarneming’

Een andere arts zegt dat als je nog steeds dingen kunt verbeelden en herinneren wilt dat zeggen dat je hersenen nog steeds actief zijn. En dat het daarom gewoon met de werking van je hersenen te maken heeft (het verbeelden).  Ze verklaart het met het stofwisselingsproces. Waarbij heel veel informatie uit je hersenen sijpelt. Andere dokters kunnen hier geen verklaring voor geven, ze vinden het allemaal heel raar. Zij zien het als: ‘Je geest leeft door als je hersenen niet meer actief zijn’

 


De dood

De meneer begon deze les met het uitleggen van het doel van het lesverslag en waar het moet worden geplaatst. Toen uiteindelijk iedereen het een beetje doorhad werd opdracht 14 op bladzijde 37 besproken.
Het onderwerp van de komende lessen is de dood. Een gevoelig onderwerp voor sommigen en een raadsel voor iedereen. Het begon deze les met de verhalen van de meneer. De ervaringen die hij gehad heeft met de dood en op wat voor manier hij daarmee omging. Hij is van mening dat de plaats van de dood bij het leven is, het is onontkoombaar. De dood moet niet zo als een taboe worden gezien, het hoor er nou eenmaal bij.
Als we geboren worden is het een groot feest en de dood proberen we juist zo lang mogelijk uit te stellen. En op een of andere manier is kinderen krijgen een beetje egoïstisch, mensen willen iets nalaten op deze wereld. En als je het op een heel filosofische manier bekijkt dan leven we omdat we weten dat we dood gaan. Dat wil zeggen dat als we niet zouden weten dat we dood gaan of als we niet dood zouden gaan dan zouden we ook niet zo’n moeite doen om te leven en zouden we niet alles zo haasten.
Iedereen denkt wel eens na over de dood en dat is goed, je denkt elke dag ook na over het leven dus waarom zou je de dood moeten afsluiten. Zolang je er maar niet te veel over na denkt.
Na deze diepzinnige gedachten over de dood ging het ineens over uitvaartverzorging. Alle keuze die er is als het om begrafenissen of crematies gaat tegenwoordig is enorm.
De uitvaartverzorging is puur business. Letterlijk de een zijn dood is de ander zijn brood dus.
De meneer vertelt een opmerkelijk verhaal van een vriend die zijn eigen kist gemaakt had en alles voor zijn eigen begrafenis zelf geregeld heeft. De meneer zou nog wel een paar lessen kunnen besteden aan zijn verhalen over ervaringen met de dood.
Dan krijgen we 2 stromingen, of nou ja iets in die richting. Het nietsisme en het ietsisme.
Het nietsisme is het nu, er is maar één leven, je moet er alles uithalen wat er in zit, er is verder niks na de dood. Het nietsisme kijkt naar de wetenschap.
Het ietsisme is voor mensen die niet gelovig zijn maar die wel denken dat er iets is. Het ietsisme is ontstaan doordat het geloof is afgezwakt.
De meneer omschrijft het mooi door te zeggen dat de dood misschien wel de angst van het leven is, maar ook de motor van het leven. Geloven maakt het omgaan met de dood makkelijker, als je denkt of misschien wel weet dat er iets is dan ben je minder bang om erheen te gaan. De dood en angst zijn met elkaar verbonden.
Geloven is net als verliefdheid, je geeft je over aan iets of iemand. Op een of andere manier is geloof ook de ellende van alles, vooral als je ziet wat voor conflicten op de wereld ontstaan tussen verschillende groepen met een ander geloof. Het geloof is langzaam weggevallen en daardoor komt er ruimte voor angst bij mensen.

We hebben in de klas even gepeild hoe de verhoudingen liggen qua geloof.
En ar was een duidelijk overwicht naar de kant van het ietsisme, 3 mensen gingen voor het nietsisme en slechts 1 voor het geloof.
In het begin zouden we opdracht 14 op bladzijde 37 bespreken daar zijn we nu pas aan toe gekomen. We hebben een aantal vragen besproken.
Ben je wel eens aanwezig geweest bij het overlijden van een persoon?
Esra:  Het is wel een heel aparte ervaring maar ik vind dat afscheid nemen wel heel belangrijk is. 
Joost: Ik heb het wel eens meegemaakt. Dan ligt er iemand half dood te gaan en dan moet ik dat gaan zien. Ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan.

Gijs Streefkerk H5b