fascisme

Vrijdag 4 maart – V4B – Wieteke de Rapper

Lesverslag 04-03-11

De eerste vijftien minuten keken we foto’s van Italië(okt.). Het waren foto’s die de rector heeft gemaakt, een leuke herinnering aan Italië!

Toen we alle foto’s gezien hadden, kwam meneer Mathijssen met een voorstel van een collega om
€ 1, - te geven als je spullen vergeten zou zijn. Heel de klas stemde hiermee in. Dit vind ik ook een goed idee, vooral als je 2 taarten ervoor terug krijgt en er nauwelijks iets voor hoeft te doen. Alleen het boekje in je tas stoppen natuurlijk! Ik denk dat er nu leerlingen zijn die minder snel iets zullen vergeten, eerst even nadenken wat voor lessen ze hebben want van die € 1, - kun je wel iets anders kopen… 

Vervolgens werd opdracht 27 gemaakt. Iedereen kreeg een van de tien stukjes tekst, de uitspraken van Hitler en Heinrich. Ieder stukje werd door twee leerlingen gelezen en belangrijke elementen werden onderstreept. Vervolgens werden die elementen benoemd tot welk kenmerk van het Fascisme dat hoorde.
Dit zijn de resultaten van opdracht 27;

1.  Pacifist | 1d
- Democraat | 2,3
- 100% Duitser | 8
- Meerdere is van ieder ander | 1c
2. Meesters | 1d
- Superioriteit | 8
- Van haar ras | 2
- Heeft te heersen | 1b
3. Racistische levensbeschouwing | 1a
- Volkse staat | 2,3
- Veredelen van de mensen zelf | 8
- Lichamelijk gezond mens meer waard dan een geleerde zwakkeling | 1c
4. Heel stukje 4 | 1b
- Opvoeding van meisjes | 1b
5. Wordt zwijgend gehoorzaamd | 1d
- Mensen van hetzelfde bloed | 2
- De kracht waarmee men een werelddeel kan onderwerpen | 8
6. Tienduizend Russische vrouwen | 1b
- Duitse soldaten, en dat zijn zonen van Duitse moeders | 2
7. Heel stukje 7 | 1c
- Ons eigen bloed | 2
8. Heel stukje 8 | 1c
9. Heel stukje 9 | 1a, 5
10. Heel stukje 10 | 1a, 5

Marjon concludeert dat een halve pacifist geen democraat is (uitspraak 1.).  Ik ben het daar mee eens. Een pacifist wil graag vrede, geweldloosheid staat centraal. Een democraat wil een staat waarin het volk regeert. Het zijn dus twee hele verschillende groepen mensen, die beiden iets anders in de samenleving willen.

Heinrich Himmler, hoofd van de SS (uitspraak 10):

Het Jodenprobleem is zonder compromissen opgelost. Ik vond niet dat ik het recht had de mannen uit te roeien en de kinderen te laten opgroeien tot wrekers. Het harde besluit dit volk van de aardbodem te doen verdwijnen moest genomen worden. Het is uitgevoerd, zonder dat onze mannen en onze Führer eronder geleden hebben, noch moreel, noch geestelijk.

Ikzelf kreeg dit stukje. Het Jodenprobleem is zonder compromissen opgelost, daar ben ik het mee eens. Of het Jodenprobleem echt opgelost is weet ik niet maar er is geen overeenkomst tussen twee partijen waarbij een oplossing is gekozen die tussen de eisen van de twee partijen in ligt. Hitler besliste alles, het volk had weinig te zeggen. De Joden moesten maar doen wat Hitler zei, anders kregen ze een grote straf of werden ze vermoord. Er was dus helemaal geen sprake van compromis. De oplossing lag in de handen van Hitler, het volk, de andere partij, moest het daar maar mee doen. Zelf konden ze niet doen…

Dat Heinrich niet het recht had om mannen uit te roeien en kinderen te laten opgroeien tot wrekers, klopt ook volgens mijn mening. Wat hadden die mannen en kinderen nou misdaan?! Ik vind het niet eerlijk dat ze uitgeroeid werden en dat kinderen opgroeiden tot wrekers. Ze hadden dat niet verdiend. En ook al hadden ze het verdiend, er zijn dan toch nog andere straffen, betere, die je die mannen had kunnen geven.. Waarom moest Hitler meteen een grote straf (doodstraf) geven? Had hij niet beter iets anders kunnen bedenken?!

‘Het harde besluit dit volk van de aardbodem te doen verdwijnen moest genomen worden’, vind ik echt een ‘onzin’ regel. Dat besluit had niet genomen hoeven worden denk ik. Ik denk dat Heinrich heel erg veel door Hitler werd beïnvloed, dat hij Hitler gewoon achternaging en zelf niet zijn eigen beslissen kon en mocht nemen, anders zou hij misschien ook wel uitgeroeid worden…

Dat de mannen en Führer er niet onder geleden hebben, dat betwijfel ik. Ik denk dat de mannen echter wel hebben geleden, de Führer zal niet altijd even aardig tegen hen hebben gedaan. De Führer zelf zal niet geleden hebben, hij was de baas…

Volgens Mathijssen klopt heel uitspraak 10 niet want in Oost-Europa waren de meeste Joden, die zelf een eigen graf moesten graven, waarna ze in het graf werden geschoten. Het is niet moreel, Hitler wilde het niet zien. Ik vind dit een naar idee, dat je zelf dat graf moet graven, en dan meteen doodgeschoten wordt. Wat moeten die mensen vroeger geleden hebben… Ik denk ook dat Hitler het gewoon niet wilde zien…

Na opdracht 27 gemaakt te hebben vertelt meneer Mathijssen wat theorie over Joden en het komt erop neer dat hij dieren anders vindt dan mensen. Laurens: ‘’Dus u vindt mens anders dan dieren?’’ Mathijssen antwoordt dat dieren inderdaad anders zijn, dieren hebben geen vrije wil, ze hebben geen bewustzijn. Ik vind dat ze onder de mens staan. De mens kan zelf beslissen, keuzes maken. Mensen zijn autonomen. Maar toch zou ik willen dat sommige mensen moeten stoppen met ‘produceren’, in de natuur gaat alles automatisch. Ik vind ook wel dat dieren anders zijn dan mensen, ze hebben een ander uiterlijk, echter kunnen dieren wel denken en zelf beslissen, ze zijn ook autonoom. Ook zij hebben een bewustzijn. Natuurlijk zijn dieren anders dan mensen, mensen anders dan dieren, dieren anders dan andere dieren en mensen anders dan andere mensen, dit is gewoon zo, we zijn allemaal verschillend…

Mathijssen vraagt zich af waarom dat meisjes achter Hitler aangingen, hoe dat komt.. Die vraag werd gesteld aan de meisjes, maar wij weten daar geen goed antwoord op. Ik denk dat de meisjes gewoon niet zelf konden beslissen, dat ze moesten of gewoonweg geen andere keus hadden.

Het laatste halfuur gingen we beginnen aan drie filmpjes over het Facisme:

-  Moderne naties (Ku Klux Klan)
-  Anti- Joods (anti- Semieten), ‘Louis and the Nazis’. 
-  Verona (waar een burgemeester wordt gezien als Wilders ++)

Filmpje 1: De KKK is in 1866 opgericht. Een tijdje later werd er een moord gepleegd. Op het moordwapen werden vingerafdrukken van een 42-jarige man geconstateerd. Deze man was lid van de KKK, een racistische beweging. Deze man haatte zwarte mensen en 28 jaar later moest hij voor de rechter verschijnen.
Ik schrok wel van de beelden die ik tot nu toe gezien heb, ik had niet gedacht dat de KKK zo hard optrad tegen zwarten etc., dat ze zo racistisch waren…
De bel ging.


Dinsdag 1 Maart - H4a - Melanie van Kaam

Meneer Mathijssen opent de les hij zegt dat een aantal mensen het levensbeschouwelijkdagboek 3 nog niet hebben ingeleverd. Het kan nog steeds tot dat hij het mapje van havo 4 gaat na kijken. Jort zegt dat hij heeft aangegeven waarom dat hij het nog niet heeft ingeleverd. De meneer begint over verkiezingen en dat hij een kleine verkiezing wil organiseren in de klas. Hij verteld over een collega dat die iets heeft bedacht. Namelijk als je je boekje bent vergeten €1 moet betalen en aan het eind van het jaar worden daarvan twee taarten gekocht voor de hele klas. De meneer vraagt of degene die tegen zijn hun hand op willen steken. Er zijn er maar vier tegen en de rest is dus voor we beginnen er naar de carnavalsvakantie mee.

Het onderwerp fascisme we bespreken de opmerkingen van vorige les. Ogi vraagt of aan Jort of hij niet zulke moeilijke woorden wilt gebruiken. Een aantal andere mensen zijn het daar ook mee eens. De meneer vraagt aan Ogi of hij het woord inborst mag gebruiken. Dat mag van Ogi. Richard krijgt een waarschuwing. En Pim steekt zijn vinger op. Jort gaat een discussie met de meneer aan over het Fascisme en het Christendom. Pim krijgt eindelijk de beurt en geeft zijn standpunt. Jort vind dat Pim gelijk heeft. Pim steekt weer zijn vinger op. De meneer verteld alvast over het stukje wat we nog moeten lezen. Als hij hier mee klaar is word Ogi eruit gezet de meneer geeft hem een opdracht mee. Hij moet een in de mediatheek gaan zitten. Elke krijgt de beurt om een stukje voor te lezen. Ze praat heel zacht en de meneer vraagt of ze harder wil lezen. Nadat Elke klaar is vraagt de meneer of er opmerkingen of vragen over het stukje tekst zijn. Jort komt terug op het verhaal van het geld voor het boekje en vind het belachelijk. Kaz vraagt aan de meneer waar het idee van €1 euro vandaag komt. De meneer gaat er niet op in en vraagt of Elke verder wilt lezen. Na het stukje lezen vind Jort het overdreven dat roodharige naar strafkampen moeten. Lieke krijgt de beurt om verder te lezen.

De meneer verteld dat je de punten a,b,c,d ook bij de afrondende opdracht kan verwachten. We moeten de 9 kenmerken van het fascisme snappen en kunnen toepassen. Sabrina krijgt de beurt om over ongelijkwaardigheid te lezen. Daarna leest Leendert het stuk eigen volk en overdreven nationalisme. Daarna leest Mandy de stukken geen stellingen binnen het volk en vervolging van tegenstanders. Dan leest Arlinde de stukken behoefte aan zondebok en inspelen op gevoelens. Ik zelf lees het achtste kenmerk en Khaoula het negende kenmerk. De meneer vraagt of alles duidelijk is over wat we gelezen hebben. En niemand heeft een vraag dus het is begrepen. De meneer geeft iedereen twee uitspraken van een eerdere opdracht. Daarbij moet je een van de negen kenmerken voegen. Daarna bespreken we die met heel de klas. De meneer stelt de vraag wanneer je iemand een fascist noemt. Arlinde zegt dat je gehandicapten sowieso anders moet behandelen. Annemieke zegt dat niet alle gehandicapten dom zijn want ze had laatst een programma gezien waar een jongen uit Spanje met het syndroom van down heel slim was en al een diploma had.

De meneer vraagt of iedereen naar opdracht 27 wil gaan. Daar heb je allemaal teksten staan en in iedere tekst staan ongeveer 3 woorden die terugslaan op de negen kenmerken. Die woorden moeten we onderstrepen. We doen het eerste tekstje klassikaal. De rest moeten we zelf doen als huiswerk voor na de vakantie. De bel gaat de meneer wenst iedereen een fijne vakantie.

Donderdag 7 Oktober – V4a – Frank Bijl

Introductie door Mr. Mathijssen:

Het verhaal speelt zich af in de tweede wereldoorlog.
Sophie is een Poolse vrouw die contacten heeft in Warschau.
Ze heeft een relatie met Nathan, en heeft twee kinderen (Jan & Eva).
Sophie en Nathan zijn goed bevriend met hun onderbuurman Stingo.

Sophie wordt in een concentratiekamp gestopt, overleeft, en vlucht naar de Verenigde Staten.

Vraag: Kunnen jullie (de klas) begrippen in kader naar mij duidelijk maken?

De tekst Sophie’s Keuze wordt voorgelezen door Mees. Mees wordt onderbroken door Mr. Mathijssen. Mr. Mathijssen legt vervolgens iets uit over Auschwitz.
Vervolgens leest Rob voor, daarna Wanisha, daarna Bo.

‘De laatste regel van deze tekst is heel erg belangrijk!’ zegt Mr. Mathijssen.
‘ Alleen dit is veranderd, denk ik. Het is zo diep geraakt dat het nu van steen is’.

Bespreking of Sophie heteronoom of autonoom bezig is.

Wanisha: ‘Ik denk dat ze heteronoom bezig is, want de Duitser kiest voor haar.

*Ik denk ook dat Sophie heteronoom te werk gaat, want de Duitser zegt wat zij moet doen.

Mr. Mathijssen Schrijft de keuzes van Sophie op het bord.

A Eva weg
A Jan weg
B De 2 kinderen weg
  Kinderen en Sophie weg

Als Wanisha in Sophie schoenen had gestaan, koos ze om Eva weg te laten gaan.
*Ik zou ook kiezen, om Jan te laten blijven.

Mr. Mathijssen: ‘Wat is het verschil tussen de keuzes van A en keuze B?

Osman: ‘ Bij A red je iemand, en bij B niet’.
Mr. Mathijssen: ‘Wanisha en Osman maken er een rekensommetje van. 2-1=1, Hallelujah! Ik heb er 1 geredt! Als je weet dat je twee kinderen dood gaan binnen twee uur, hoe zou jij je voelen?’
Wanisha: ‘Verdrietig’.
Mr. Mathijssen: ‘Bij A voelt Sophie zich alleen verdrietig. Bij B verdrietig en zo schuldig dat ze dus met Nathan zelfmoord pleegde.
Osman: Maar B is toch beter? Je redt een leven, en het is niet jouw schuld dat de ander dood gaat. Als je dat wel denkt moet je naar een psychiater.

*Het klopt wel dat je een leven red, en daarom blijf ik ook voor die optie kiezen om Jan te laten blijven. Maar Mr. Mathijssen heeft ook wel gelijk dat je dan met een rotgevoel opgescheept blijft zitten.

Bel


*= Wat ik ervan denk

20 januari 2011                 Lieke Luijten - V4a

Als eerst hebben we opdracht 23 gemaakt. Het ging erover wat wel discriminatie was en wat niet.
Dit was de uitslag (over 18 leerlingen):     
1. Een nachtclub laat geen Surinamers toe.    18
2. In een fabriek verdienen Turkse vrouwen minder dan haar Nederlandse collega’s voor hetzelfde werk.    18
3. Oude mensen en kleine kinderen mogen in de trein, bus en tram mee voor half geld.  0
4. Anneke krijgt minder zakgeld dan haar jongeren broertje.  3
5. Op school willen weinig mensen te maken hebben met André, omdat zijn vader in de gevangenis zit.  16
6. Een staatscomité verzet zich tegen de komst van een Turks gezin in de straat.    13
7. Een buschauffeur verdient minder dan een tandarts voor evenveel uren werk   0
8. Alleenstaanden komen veel moeilijker aan een huurhuis dan een gezin   0
9. De leraar noemt leerlingen bij hun voornaam, andersom niet.    0
10. Als een vrouw solliciteert wordt haar gevraagd: “Hoe doet u het met de kinderen?” Als een vader solliciteert niet.    2
11. Op de speelplaats krijgt Carolien uit de eerste klas te horen dat ze niet mee mag spelen, omdat ze rood haar heeft.    18
12. Kinderen van 15 worden in een bioscoop niet toegelaten tot een film voor boven de 18.    3

De definitie van discriminatie is
Alex: ‘Iemand anders behandelen omdat hij een andere cultuur heeft.
Roy voegt daar aan toe: ‘Iemand die onterecht zo behandeld wordt.
Frank, Stan en Mees voegen daar nog aan toe; iemand die een ander ras, uiterlijk, leeftijd of van een andere sekse is.
De definitie van discriminatie is dus: Iemand onterecht behandelde op grond van kenmerken waaraan iemand niets kan doen.
Daar ben ik het wel mee eens. Maar als je bijvoorbeeld gediscrimineerd wordt, omdat je gothic bent, dan kun je er degelijk wel iets aan doen. Dat vonden meerdere.
Meneer Mathijssen antwoordde hierop: ‘Zij kiezen zelf om anders te zijn.’
Zij kiezen er ook zelf voor alleen lopen zij daardoor wel de kans om gediscrimineerd te worden.
Stelling van de meneer:      (reactie lijn)
Vooroordeel naar discriminatie naar facisme
We hebben er verder niet op gereageerd of over gesproken. Ik vind dat het wel erg extreem is dat het tot Facisme kan leiden. Dan moet je wel echt heel erg discrimineren en met een grote groep. Anders kan het gewoon niet.

 

Donderdag 24 Februari – v4a – Rob de ridder.

We hebben deze les een aflevering van Oprah Winfrey gekeken als eerst, die ging over discriminatie. Zo werden vleeskleurige panty’s, die wit(blank) waren, als discriminatie gezien. Dat vind ik ook wel, maar een groot probleem vind ik zoiets niet, dan schrijf je toch gewoon een brief met een klacht, en met de vraag of ze het naar ‘ blanke panty’s’ willen veranderen?
Na de aflevering werd er om reacties gevraagd. Amar zei: Sommige discriminatie is aangeboren, dat kan je niet veranderen. Ik ben het met Amar eens. Maar meneer Mathijssen zei: Als je in een klas zegt: Jongens let even op, dan heb je iedereen zijn aandacht. Terwijl als je dames zegt, dan niet. Dat zou een seksistische vorm van discriminatie zijn. Maar ik vind dat als het niemand pijn doet, dat het dan geen discriminatie is. Het is aangeboren zoals Amar zei, het doet geen pijn. Het is de simpelheid die dat bepaald denk ik. Mannen worden gezien als hogere mensen, ik weet even niet hoe ik het anders moet zeggen, maar dat komt van vroeger af. Als de jongens moesten luisteren vroeger, de meisjes ook dus. Ik denk dat het van vroeger komt, dat soort, in mijn ogen niet echt, discriminatie.

Daarna keken we een documentaire over een leraar uit Frans Canada, die het onderzoek van Jane Elliot toepaste op een klas met kinderen van ongeveer 8 jaar. De eerste dag dag werden de lange kinderen(boven de 1m34) gediscrimineerd. De kleintjes hebben allemaal voorrechten gekregen, en beginnen de langere ook te discrimineren. Bijvoorbeeld omdat de lerares heeft gezegd dat uit onderzoek blijkt dat de lange kinderen dom zijn. De lange kinderen worden verdrietig er van.

Aan het eind van de dag zegt het dikke jongetje van de lange groep: “ Ze hebben eens gevoeld wat ik zo vaak voel, ik hoop dat ze me voortaan beter zullen behandelen.

De tweede dag hebben de lange kinderen voorrechten. Natuurlijk is het nu helemaal andersom: De lange kinderen beginnen de kleine te discrimineren, terwijl ze de dag ervoor nog hebben meegemaakt hoe dat het voelt, om gediscrimineerd te worden. Aan het eind van de dag zitten ze allemaal bij elkaar. De lerares hoopt dat ze er iets van geleerd hebben, maar ze willen allemaal wraak op de lerares door haar een dag te bevooroordelen. Het experiment leek even mislukt te zijn.

Maar de volgende dag word er in de klas over gesproken, en de kinderen hebben er wel wat van geleerd. Zo zegt degene die het dikke jongetje vaak pest dat die hem beter zal behandelen, en ook met hem zal spelen.
In de klas waren niet echt reacties (de les was om na de aflevering en documentaire). Maar ik vind dat de lerares zeer goed gehandeld heeft. Zoiets zouden ze op elke school moeten doen waar (veel) gepest en gediscrimineerd word. Discriminatie zal niet de wereld uit gaan, maar alle beetjes helpen. Ik denk dat zo’n experiment, net als Mr. Mathijssen zegt, het hele leven wel bij je blijft. Als je weet hoe anderen zich voelen als je ze pest, kan je je beter inleven in iemand, en zal je het misschien niet doen.